Waarom de Volkswagen Transporter T3 eigenlijk een T2 is

Waarom de Volkswagen Transporter T3 eigenlijk een T2 is
In 1979 introduceerde Volkswagen een nieuwe Transporter die door iedereen T3 wordt genoemd. Het was immers de derde generatie van de bestelwagen die in 1947 door Ben Pon op een kladje was getekend. Officieel heet de auto echter T2. De Kever was Volkswagens eerste auto en kreeg daarom de aanduiding ‘Typ 1’, in 1950 begon de productie van de eerste Transporter (ook wel Volkswagen Bus genoemd), het tweede model van het Duitse automerk dat intern logischerwijs ‘Typ 2’ werd genoemd.

In 1967 verscheen de nieuwe Transporter die de typeaanduiding Typ 2 T2 kreeg en in 1979 kwam het onderwerp van dit artikel op de markt, de Typ 2 T3. De echte ‘Typ 3’ is een personenwagen die Volkswagen van 1962 tot 1973 produceerde. Pas vanaf de vierde generatie Transporter uit 1990 veranderde de aanduiding ‘Typ 2’ in ‘Type 7D T4’ omdat deze met zijn voorin geplaatste motoren en voorwielaandrijving een totaal ander concept was.

Genoeg over de typeaanduiding, laten we naar de ontwikkeling van de derde generatie Transporter kijken. De T3 was de laatste nieuw ontwikkelde Volkswagen met een achterin geplaatste, luchtgekoelde motor in combinatie met achterwielaandrijving. Volkswagen wilde de T3 eigenlijk al uitrusten met voorwielaandrijving, inclusief de motor voorin, maar vanwege het kostenplaatje zag men daar van af. De oer-Transporter gebruikte nog de motor van de Kever en de T2 was een verder ontwikkelde versie met een grotere karosserie. Met de T3 sloeg Volkswagen een andere weg in en ontwikkelde een geheel nieuwe auto.Niet alleen het exterieur, ook de techniek was vele malen moderner. Door de onafhankelijke wielophanging reed de auto meer als een personenwagen en de tandheugelbesturing zorgde voor een kortere draaicirkel. Het verlaagde zwaartepunt en de 50/50 gewichtsverdeling over de voor- en achteras droegen bij aan de rijstabiliteit. Omdat de wielbasis met 6 centimeter en de breedte met 12,5 centimeter groeiden was de Transporter T3 een stuk ruimer dan zijn voorganger. Bovendien bevond de bodem van de laadruimte zich dichterbij de straat waardoor goederen makkelijker ingeladen konden worden. De luchtgekoelde boxermotoren van 1,6- en 2,0-liter leverden respectievelijk 50 en 70 pk. Dit waren viercilinder benzinemotoren, een diesel volgende later.

Alle T3’s hadden naast de achterklep luchtinlaten voor de motorkoeling. Het interieur werd geventileerd door rijwind via de grille naar binnen te laten. Niet alleen ondernemers die in de markt waren voor een bestelwagen klopten bij Volkswagen aan voor de T3. Het leveringsprogramma was omvangrijk, want naast een pick-up en een combi (personenuitvoering) leverde het Duitse automerk de auto ook als reddingsvoertuig, kampeer-, brandweer- en surveillancevoertuig. In 1981 kwam de 1,6-liter diesel met 50 pk op de markt en een jaar later deed de watergekoelde boxer benzinemotor met een inhoud van 1,9-liter en 60 of 78 pk zijn intrede. De diesel en watergekoelde benzinemotor kregen een extra grille met daarachter de radiateur.Enige tijd later werd de 1,9-liter ook leverbaar injectie waardoor het vermogen steeg tot 90 pk (83 pk met katalysator). Volkswagen leverde vanaf dat moment ook een vijfversnellingsbak. Deze vijfbak had een ongewoon schakelschema met de eerste versnelling achter een drukpunt tegenover de achteruit. Schakelen van één naar twee was geen sinecure, maar uit kostenoverwegingen heeft Volkswagen simpelweg de vierbak gebruikt en daar een extra versnelling aan toegevoegd.

Voor 1985 stond er een 1.6 turbodiesel met 70 pk en een watergekoelde boxer benzinemotor van 2,1-liter met injectie en 112 pk (95 pk met katalysator) op het programma. Twee jaar daarna werd de oude 1,6-liter diesel vervangen door een 100 cc groter en 7 pk sterker aggregaat.Eind jaren ’80 kwamen verschillende Japanse automerken met een concurrent voor de Transporter. Hierdoor daalden de verkoopcijfers. Volkswagen probeerde dit met een nieuwe basisversie op te lossen. Normaal mocht de T3 een gewicht van 1.000 kilo laden, de in 1988 verschenen T800 had een laadvermogen dat 200 kilo lager uitkwam. Daarnaast werd de toch al niet ruimhartig uitgeruste Transporter ontdaan van zijn halogeen koplampen en achterruit, werd er op de zonneklep van de passagier bezuinigd en monteerde de arbeiders in de fabriek 175-banden in plaats van rubber met een breedte van 185 millimeter. Vanwege strengere regelgeving met betrekking tot geluidsniveau en uitlaatgassen werd de 2,1 injectiemotor in 1989 terug getuned tot 92 pk.

Al van de T2 werd in 1978 een prototype met inschakelbare voorwielaandrijving gebouwd. De opgedane ervaringen gebruikte Volkswagen voor de T3 Syncro die bij Steyr Daimler Puch AG in het Oostenrijkse Graz geproduceerd werd. Voor de Syncro waren grote veranderingen aan onderstel en carrosserie nodig en werd een grotere brandstoftank gemonteerd. De transmissie kreeg een kruipversnelling en optioneel kon je kiezen voor een mechanisch differentieel. In Oostenrijk ging de Syncro door het leven als Allrad omdat Volkswagen dacht dat deze naam daar beter werd begrepen.

Nadat de productie in het Duitse Hannover in 1990 stopte werd de Syncro nog tot 1992 doorgebouwd. In Zuid-Afrika is de T3 nog tot de zomer van 2003 als personenbus gebouwd. Er zijn in totaal 1,3 miljoen T3’s gebouwd.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Volkswagen Transporter T3 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 september 2015

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn