Wat deed jij in 1996? Dit hield de autopers bezig.

Wat deed jij in 1996? Dit hield de autopers bezig.
Weten jullie nog wat je in 1996 deed? Het is alweer twintig jaar geleden, dus als het je is ontschoten is dat geen schande. Ondergetekende weet het nog als de dag van gisteren. Afscheid van de basisschool, toetreding tot de brugklas en op de fiets de plaatselijke autodealers langs om folders te scoren. Het liefst zo veel mogelijk, al waren niet alle verkopers dol op mijn vragen. In 1996 zijn er op autogebied aardig wat nieuwe modellen verschenen waarvan de opvolgers vandaag de dag nog steeds bestaan. Beginnend bij de A van Aston Martin en eindigen bij de V van Volvo gaan we de meest spraakmakende nieuwkomers langs.

Audi kwam met de A3, een premium driedeurs hatchback op het platform van de vierde Volkswagen Golf die pas een jaar later geïntroduceerd werd. De vijfdeurs A3 kwam pas tweeënhalf jaar later, vooral om de Golf niet de pas af te snijden. Onderhuids een BMW 3 Serie E36, maar gezegend met een prachtige koets is de Z3 van het merk met de blauwwitte propeller. In Amerika zijn 279.273 exemplaren van de roadster gebouwd. Het was de eerste BMW die volledig buiten Duitsland in elkaar werd gezet. Met de komst van de Citroën Saxo was het voorbij voor de AX. Technisch identiek aan de Peugeot 106, maar voorzien van een andere voor- en achterkant en een aangepast dashboard. Vooral de 120 pk sterke VTS-uitvoering reed erg fijn.

De 550 Maranello is een Gran Turismo van Ferrari die is ontworpen door Pininfarina. Een 5,5-liter V12 voorin, achterwielaandrijving en op Ferrari’s eigen testbaan 3,2 seconden per ronde sneller dan zijn voorganger, de 512M. Heerlijk, wat een schoonheid blijft het toch. Zijn die 4.800 uur in de windtunnel in ieder geval niet voor niets geweest. New Edge heet de designrichting die Ford met de Ka insloeg. Maar liefst twaalf jaar lang is de opvallende stadsauto in productie geweest. Stuurt erg fijn, maar anno 2016 moet je goed zoeken naar een exemplaar zonder doorgeroeste dorpels.

Omdat de derde generatie Honda Prelude niet bracht waarop was gehoopt kreeg de nieuwe en tevens laatste editie een volledig ander ontwerp. Technisch vooruitstrevend was de 2.2 VTi met vierwielbesturing met actieve aandrijfkrachtverdeling. Hyundai probeerde tegen de Prelude op te boxen met de Coupé. Wulpse lijnen deden de auto er goed uitzien en door de schappelijke aanschafprijs liepen de verkopen gesmeerd. De 138 pk sterke 2,0-liter motor zorgde voor een topsnelheid van 201 km/h, later werd er ook een 1,6-liter motor leverbaar. Minder succesvol waren de Koreanen met de Sonata. Ten opzichte van de Europese concurrentie te week geveerd en niet verfijnd afgewerkt. Daar veranderde de uitgebreide standaarduitrusting weinig aan.

Bij Mercedes was het in 1996 de SLK die met zijn stalen klapdak de show stal. Dit concept werd later door veel andere autofabrikanten gekopieërd. Met de V-Klasse hadden de Duitsers in hun eigen land meer succes dan in Nederland. De luxe Vito voor personenvervoer was vooral in trek bij taxibedrijven. Sportieve coupé’s genoeg medio jaren negentig, ook Mitsubishi deed mee. De Eclipse was een concurrent voor de Prelude, maar het was de Honda die beter verkocht. Wellicht was het de curieuze hoge achterkant van de Mitsubishi die niet in de smaak viel.

Uit Engeland kwam de MG F, de eerste specifiek als MG ontwikkelde auto van het merk sinds de MG B uit 1962. Na de overname van Rover door BMW was de F het derde model in een jaar tijd dat op de markt verscheen. Een pittig en goed uitziend roadstertje met middenmotor. Veel duurder, maar ook een roadster kwam uit Stuttgart-Zuffenhausen de Porsche Boxster. Zijn naam ontleent het model aan de woorden boxer en roadster en moest vooral het kwakkelende Porsche aan een beter bedrijfsresultaat helpen. Het motorenprogramma begon met een 2,5-liter zescilinder met 204 pk. Geheel iets anders was de Renault Mégane Scénic, een midi-mpv met vijfzitplaatsen waarvan de drie achterin apart van elkaar uitneembaar waren. In 1997 werd dit de Auto van het Jaar en tot op de dag van vandaag is de Scénic (inmiddels zonder de aanduiding Mégane) een gewaardeerde gezinsauto.

Suzuki zette in 1996 de geinige X-90 in de showroom, een tweezits vierwielaandrijver met een gek kontje op basis van de Vitara. Ideaal voor de zonnige dagen was het uitneembare targadak. Met zijn naam baarde de Toyota Picnic opzien, voor de rest was de zevenzits mpv geen spannende auto. Wel een enorm betrouwbare en de 2,0-liter benzinemotor met 128 verleende de auto aardige prestaties. Geduldige bestuurders kwamen met de slechts 90 pk leverende 2.2 TD ook nog wel uit de voeten. Met de Passat B5 sloeg Volkswagen een totaal andere weg in. De zakelijke middenklasser deed in geen enkel opzicht meer denken aan zijn voorganger. Net als de eerste generatie Audi A4 stond de volverzinkte Passat op het PL45-platform met in lengterichting geplaatste motoren.

Tot slot richten we nog een blik op een stukje Hollands vakmanschap. In ons eigen Limburgse Born rolden twintig jaar geleden de Volvo S40 (sedan) en V40 (stationwagon) van de band. Oorspronkelijk zouden de auto’s S4 en V4 gaan heten, maar daar stak Audi een stokje voor. Technisch hadden beide Nederzweden overeenkomsten met de Mitsubishi Carisma die ook bij NedCar in elkaar werd gesleuteld. Als eerste auto in zijn klasse hadden de S40 en V40 standaard twee front- en twee zijairbags.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van bovenstaande auto’s op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 5 januari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn