Citroën CX: Zweven voor het leven

Citroën CX: Zweven voor het leven
Eigenlijk vond ik het maar niks, een knalgroene CX. Maar de prijs was netjes, de foto’s op de website van de verkoper prachtig en het geld brandde in mijn zak. En als je eenmaal bent gevallen voor de lijnen van de CX en je je hebt voorgenomen er een te kopen, dan moet je toch een keer een proefrit gaan maken. Mijn eerste meters in een CX zal ik niet snel vergeten. Het had weinig gescheeld of de proefrit was al enkele meters na het verlaten van het terrein van Golden Years geëindigd in de rechterflank van mijn eigen auto. Geen stuurbekrachtiging, dat was serieus schroeven geblazen! Het ontbreken van de stuurbekrachtiging was de voornaamste reden om de auto te laten staan.

Maar eenmaal op weg reed het heerlijk en de manier waarop de hydropneumatiek verkeersdrempels gladstreek, daar kon ik best aan wennen. Kortom, ik was verkocht, en de zoektocht werd voortgezet. Niet veel later stuitte ik op de advertentie van een identieke CX. Een tweeliter met vierbak, maar in Pallas-uitvoering en dus mét stuurbekrachtiging. De lak was wat verschoten en aan de onderzijden van de portieren was de roestduivel al voorzichtig aan zijn verderfelijke werk begonnen. Maar verder was het een bijzonder net en keihard exemplaar met een smetteloos interieur. De voor de CX-beginner ietwat bizarre snelheidsafhankelijke stuurbekrachtiging met automatische terugloop maakte het plaatje compleet en nadat de meegereisde technische hulproepen het sein ‘veilig’ hadden gegeven werd de koop gesloten. En die kleur, ach...

Bij de auto zat een beknopte onderhoudsgeschiedenis, inclusief de originele Franse kentekenpapieren. De auto bleek in 1977 door een Franse ‘agriculteur’ te zijn gekocht en na 23 jaar en slechts 54.000 kilometers trouwe dienst naar Nederland te zijn gekomen. Een bezoekje aan de eerste eigenaar, in de Brenne, een vennengebied in het midden van Frankrijk, kwam na een tijdje steeds hoger op de agenda en vormde in 2009 een leuke afsluiting van de zomervakantie. Dat bezoek begon bij de garage waar de auto ooit nieuw werd geleverd. Een stel van begin dertig met een kind dat een showroom met een C4 Picasso binnenstapt hoeft ook in Frankrijk niet lang op een verkoper te wachten. Deze begon driftig te knikken bij het horen van de naam van de eerste eigenaar en bood prompt aan ons even naar hem toe te brengen.

Meneer Rocherieux en zijn vrouw bleken bijzonder aardige mensen, die blij waren de auto nog eens terug te zien. Er waren bovendien wat overeenkomsten; net als meneer Rocherieux was ik 27 jaar oud toen ik de CX kocht. En ook hij gebruikte de CX alleen als ‘zondagse’ auto, voor de dagelijkse kilometers was er een bescheidener Peugeot 104. De keuze voor het ook toen al opvallende ‘Vert Papyrus’ bleek een zeer bewuste: meneer en mevrouw wilden iets anders dan het ook toen al overheersende wit en grijs. Uiteindelijk was vertrekken alleen toegestaan als we plechtig beloofden langs te komen als we weer eens in de buurt waren. Het bezoek aan de eerste eigenaar vond overigens plaats nadat de auto grondig was aangepakt. Het feit dat de CX haar hele leven als weekendauto is gebruikt had weliswaar bijgedragen aan het behoud, maar toen haar dertigste verjaardag naderde, leidde de langzaam oprukkende roest toch tot de fundamentele vraag: opknappen of oprijden?

Dat laatste was inmiddels ondenkbaar. Het CX-virus had al lang en breed toegeslagen; restauratie was de enige optie. Dibert Ketting van Citroville, inmiddels mijn vaste onderhoudsadres, hield me op de hoogte van de vorderingen: “hij is wel héél groen!” De knoop in mijn maag na het horen van de kosten (“hoe leg ik thuis uit dat ik me een par duizend euro heb vergist in het restauratiebedrag…?”) verdween als sneeuw voor de zon bij het zien van het eindresultaat. Wat een geweldige kleur was het toch. Op dat moment wist ik het zeker: deze auto gaat nooit meer weg! De CX is een prachtige, maar ook wat vreemde auto. De bouwkwaliteit is van een ronduit bedenkelijk niveau. Eigenlijk ben ik net wat te lang om de stoel helemaal goed te kunnen instellen, remmen en sturen (met een stuur dat overigens nét niet recht voor de bestuurder is geplaatst) vergen gewenning en de radio in mijn exemplaar zit op een onmogelijke plek.

Liefhebbers betitelen dergelijke onvolkomenheden doorgaans als ‘karakter’ en inderdaad, als ik de CX in het voorjaar uit de stalling haal, zie ik louter schoonheid. Het ontwerp oogt zelfs na vier decennia niet gedateerd en het comfort is fenomenaal. Het bezit van één CX maakte hebberig, zeker als die CX alleen in de zomermaanden wordt bereden. Wat zou het geweldig zijn om elke dag in een CX te kunnen stappen… In 2010 maakte de komst van een tweede kind een grotere dagelijkse auto noodzakelijk en beneveld door zwangerschapshormonen stelde mijn vrouw voor een CX Break aan te schaffen voor dagelijks gebruik. Een CX die ik natuurlijk wel zelf uit Frankrijk wilde halen.

Alleen al vanwege het avontuur van zelf een oude auto uit het buitenland ophalen kan ik iedereen aanraden hetzelfde te doen, en de break bleek een heerlijke reisauto met een gigantische kofferruimte. Maar wat loop je leeg op zo’n ding als je niet zelf sleutelt en een exemplaar blijkt te hebben gekocht dat letterlijk met de Franse slag is onderhouden. Nooit zag ik zo vaak een garage vanbinnen als in de periode dat ik twee CX’en bezat. Het leidde na anderhalf jaar tot het onvermijdelijke afscheid. Zelfs de bemoedigende woorden van de CX-specialist die me bij het zoveelste gevalletje klein leed bijstond (“het zijn gewoon supergoeie auto’s!”) konden dat niet voorkomen. Toch had hij ergens gewoon gelijk, want een goed onderhouden CX is geenszins een onbetrouwbare auto. Maar voor een niet-sleutelaar als ik is het onderhoud van twee CX’en simpelweg te veel van het goede. Ik prijs me gelukkig met mijn ‘zondagse’ auto en neem zonder morren genoegen met de heerlijke zomerse ritten.

Reizen met mijn CX is het ultieme onthaasten. Als je per se wil dan haalt ook deze auto de 170 wel, maar de voor het gewicht toch wat beperkte motorisatie dwingt je tot een veel gemoedelijker rijstijl dan in een met turbo uitgeruste exemplaar of een nieuwere auto. Na enkele jaren met modern vervoer op vakantie te zijn geweest, zijn de kinderen inmiddels groot genoeg om enigszins begripvol te kunnen reageren op de eventuele mededeling dat we wat langer onderweg zijn ‘omdat de CX het even niet meer doet’ - wat natuurlijk niet gebeurt, ze doet het altijd. En willen ook zij het liefste in ‘de groene auto’ op reis. Komende zomer gaan we terug naar de Brenne. Met de CX, bien sûr!

Tekst: Freek Mulder

Meer informatie over de CX is te vinden op de website van de Citroën CX Club Nederland (www.citroen-cxclub.nl), op Facebook (www.facebook.nl/cxclub) en in het CX-gedeelte van het Citroën-forum (www.citroen-forum.nl).

Bekijk meer foto's van de Citroën CX op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 8 januari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn