Baby-Benz was Mercedes’ entree in de middenklasse

Baby-Benz was Mercedes’ entree in de middenklasse
Op 8 december 1982 presenteerde Mercedes-Benz de 190, intern de W201 Baureihe genoemd. Voor het Duitse merk was dit model de eerste kennismaking met de middenklasse. Mercedes-Benz wilde met de ‘Baby-Benz’ de degens kruisen met de BMW 3 Serie. De 190 markeert voor Mercedes-Benz de overgang naar een nieuwe generatie auto’s. Een innovatieve achteras, nieuwe dieselmotoren en een gestroomlijnde carrosserie stonden voor vooruitgang. De passieve veiligheid van de 190 lag op een hoog niveau en er waren onder andere ABS en een bestuurdersairbag leverbaar. De concurrentie bood dit pas tien jaar later aan.

Professor Werner Breitschwerdt was als lid van de Raad van Bestuur van Daimler-Benz AG verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de 190. Dr. Bruno Sacco, sinds 1975 eindverantwoordelijk voor de styling bij het concern, was verantwoordelijk voor het ontwerp. Mercedes-Benz investeerde twee miljard Duitse Marken in de ontwikkeling van zijn eerste middenklasser. Een belangrijk kenmerk van de 190 was het chassis met ruimtelijk geleide achteras (Raumlenker-Hinterachse) met vijfvoudige wielophanging. De in de volksmond genaamde ‘Traumlenkerachse’ zorgde voor een uitstekende balans onder alle omstandigheden en een directere besturing. In tegenstelling tot andere Mercedes-modellen heeft de 190 geen voetbediende parkeerrem maar een gewone hefboom tussen de stoelen. De reden hiervoor is de relatief krappe voetenruimte waar geen plaats was voor een extra pedaal. Nieuw was ook de eenarmige ruitenwisser die later zijn weg vond naar andere Mercedes-modellen.

In het begin bestond het programma uit de 190 en 190 E (einspritzung, benzine-inspuiting). Eind 1983 kwamen daar de 190 D en de 190 E 2.3-16 bij. Vanaf 1985 werd het programma uitgebreid met 190 D 2.5, de 190 E 2.3 en de 190 E 2.6 (zes-in-lijn motor). Van de 190 D 2.5 verscheen tevens een turboversie met automaat. De eerste sportieve AMG-uitvoering volgde in 1987. Deze 190E 3.2 AMG had 234 pk en 317 Nm. In september 1988 kreeg de 190 een grote facelift. Met nieuwe bumpers, betere stoelen, in hoogte verstelbare gordels en motoren voorzien van een katalysator werd de auto bij de tijd gebracht. In 1992 werd de gelimiteerde 190 Avantgarde geïntroduceerd. Deze serie bestond uit drie modellen met de namen Azzurro, Rosso en Verde.

In totaal zijn er zo’n 1,9 miljoen Mercedessen 190 W201 gebouwd. Destijds was voor het eerst in de geschiedenis van het Duitse merk dat de auto op twee plaatsen tegelijk werd gebouwd. In Bremen is 58 procent van alle 190’s gebouwd, de fabriek in Sindelfingen nam de resterende 42 procent voor zijn rekening. In 1988 werd in Noord-Korea door de Sungri motorenfabriek de W201 zonder toestemming van Mercedes-Benz gekopieerd en in kleine aantallen geproduceerd. Geïmporteerde 190’s werden uit elkaar gehaald en alle onderdelen werden nagemaakt. Deze auto’s waren zeer slecht van kwaliteit, waardoor men de productie al snel staakte.

De helft van alle geproduceerde 190’s is in Duitsland verkocht, slechts 10 procent is geëxporteerd naar Amerika. Het meest verkochte type is de 190 E 2.0 en de 190 D. Ook de in 1990 geïntroduceerde 190 E 1.8 was populair. De laatste W201 rolde in augustus 1993 in Bremen van de band en werd direct naar het museum gereden. Zijn opvolger, de C-Klasse W202, stond al te trappelen van ongeduld.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Mercedes-Benz 190 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 14 januari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn