Fiat Punto net als zijn voorganger mateloos populair

Fiat Punto net als zijn voorganger mateloos populair
Fiat wachtte in 1993 een zware taak om de Punto als opvolger van de tien jaar oude Uno net zo succesvol te laten worden. In 1984 betrad de Uno de hoogste plaats van het ereschavot tijdens de Auto van het Jaar-verkiezing en tot op het laatste moment is de compacte Italiaan mateloos populair geweest. In eerste instantie had Fiat aan IDEA Design gevraagd met een ontwerp voor zijn nieuwe B-segmenter te komen, maar het resultaat kon niet overtuigen. Giorgetto Giugiaro van Ital Design, die tevens de Panda en Uno ontwierp, toverde wel een geschikt design uit de hoge hoed.

De Punto, intern type 176 genoemd, kreeg een lage voorkant met een gladde en motorkap zonder grille en langgerekte achterlichten. Na het debuut op de IAA in Frankfurt in 1993 stond de Punto begin 1994 bij de dealer, die kon rekenen op een grote toeloop. Na een half jaar waren er al een half miljoen exemplaren gebouwd en als klap op de vuurpijl werd de Punto verkozen tot Auto van het Jaar 1995. Hierbij liet hij de Volkswagen Polo en Opel Omega B achter zich. In 1996 stond de Punto bovenaan de lijst van de meest verkochte auto’s in Europa.

Ten opzichte van de Uno heeft Fiat de Punto, leverbaar als drie- en vijfdeurs, een stukje groter en ruimer gemaakt. Met een lengte van 3,76 meter had de nieuweling een zeven centimeter groter parkeervak nodig. De wagenbreedte groeide met elf centimeter en de koets werd vier centimeter hoger. Voor meer binnenruimte was tevens de negen centimeter langere wielbasis verantwoordelijk. In april 1994 verscheen de Punto Cabrio, het eerste nieuwe open model van Fiat sinds de Ritmo Cabrio. Deze eveneens door Giugiaro ontworpen, maar bij Bertone gebouwde uitvoering had geen ontsierende rolbeugel. Hierdoor zou het de enige cabrio in het B- en C-segment zijn die bij het maken van een koprol de strenge Amerikaanse eisen op veiligheidsgebied doorstond. De lichtunits zijn door het ontbreken van een vaste C-stijl horizontaal in de achterkant geplaatst. Bij zijn komst was de Punto Cabrio de goedkoopste open auto op de markt.

Ten tijde van de introductie kon de klant kiezen uit vijf benzine- en een dieselmotor, allemaal achtkleppers. De basismotor betrof een 1.108 cc viercilinder met een bescheiden 55 pk, gevolgd door een 1.242 cc groot blok met 60 (monopoint injectie) en 75 pk (multipoint injectie). Lekker vlot was Punto met 1.581 cc en 90 pk onder de motorkap. Echte sportievelingen gingen voor de Punto GT die met zijn 1.372 cc en watergekoelde turbo goed was voor 133 pk. Dieselen kon met de 72 pk sterke en 1.672 cc metende turbodiesel. Een vreemde eend in de bijt was de 55 pk benzinemotor in combinatie met een zesbak, de 60 pk-variant koppelde Fiat op verzoek aan een continu variabele transmissie.

In april 1997 kreeg de Punto een lichte facelift met gewijzigde bumpers, een nieuw kleurenpalet en andere bekleding. Bovendien werd de 1.6-motor met 90 pk vervangen door de 1.2 16V met 85 pk. De Punto hatchback werd in 1999 opgevolgd door de tweede generatie, de cabrio verdween een jaar later voorgoed van het toneel.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Fiat Punto op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 21 januari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn