Prelude was Honda’s uithangbord met technische hoogstandjes

Prelude was Honda’s uithangbord met technische hoogstandjes
Van alle vijf generaties Honda Prelude is in Nederland nummer twee ongetwijfeld het bekendst. Laat iemand een rood exemplaar zien en herinneringen aan het duo Bassie en Adriaan vallen je ten deel. In tegenstelling tot Amerika en Japan is de Prelude in Europa geen verkoopknaller geweest, maar de auto was tot de komst van de NSX wel Honda’s uithangbord voor technische hoogstandjes.

In eerste instantie was de naam Prelude vastgelegd door Toyota, maar dit merk was zo fair om Honda toestemming te geven de naam te gebruiken voor hun Celica-concurrent. De Prelude was de eerste auto van Honda met een muzikale naam. Later zouden onder andere nog de Quintet, Concerto en Jazz volgen. Op 24 november 1978 werd de eerste Prelude voorgesteld en in juni 1979 konden de Nederlandse klanten de auto bij de dealer bewonderen. De 4,09 meter lange coupé deelde onder meer de onafhankelijke wielophanging met de Accord, maar de wielbasis was met zes centimeter ingekort. Onder de motorkap van de 920 kilo wegende Prelude lag een 1.6 benzinemotor met 80 pk vermogen en 127 Nm trekkracht. Deze achtklepper had een enkele bovenliggende nokkenas (SOHC), twee carburateurs en een handchoke. Waar veel auto’s in de jaren ’80 het moesten doen met een vierbak, rustte Honda de Prelude standaard uit met vijf versnellingen. Optioneel kon worden gekozen voor een automaat, een drietraps Hondamatic.

Aerodynamische klapkoplampen
Tegenwoordig spreken een topsnelheid van 165 kilometer per uur en een acceleratie vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur in 13,3 seconden niet meer tot de verbeelding, maar 35 jaar geleden werd de auto als voldoende rap bevonden. Om het ‘premium’ karakter van de Prelude te benadrukken was de Prelude standaard uitgerust met regelbare dashboardverlichting, een toerenteller, een radio en een schuifdak. De firma Tropic uit het Duitse Crailsheim en Solaire uit Santa Ana California (USA) bouwden respectievelijk 47 en 100 cabriolets op basis van de Prelude. In november 1982 het doek van het volledig nieuwe model getrokken. Nog altijd was het een klassieke coupé met een lange neus en een kort kontje, maar verder deed de auto in geen enkel opzicht meer aan zijn voorganger denken. Ten opzichte van de vorige Prelude was nummer twee twintig centimeter langer en voorzien van aerodynamische klapkoplampen en een nieuw ontwikkeld onderstel. In februari 1983 verscheen de auto in Nederland op de weg. Met een gewicht van 975 kilo en de nieuwe 105 pk en 152 Nm sterke 1.8 12V-motor met dubbele carburateur in het vooronder kwam de Prelude tot een topsnelheid van 185 kilometer per uur en de standaardsprint van 0 naar 100 kilometer per uur slechtte hij in 9,5 seconden.

Honda bood als instapversie de Prelude Special aan die ten opzichte van de EX-uitvoering niet was voorzien van stuurbekrachtiging, een in hoogte verstelbaar stuur, een schuifdak en een radio. In november 1985 kwam de Prelude 2.0i het programma versterken. Deze motor met 137 pk en 170 Nm had een dubbele bovenliggende nokkenas (DOHC), 16 kleppen en multipoint injectie. Om de grotere motor een plekje te kunnen geven had deze uitvoering een gewelfde motorkap. Om de prestaties hoeft de je met een topsnelheid van 205 kilometer per uur en een acceleratie van 0 naar 100 kilometer per uur in 7,8 seconden geen moment druk te maken. Honda breidde daarnaast de standaarduitrusting uit met ABS, elektrische ramen, een achterspoiler, een in hoogte verstelbare bestuurdersstoel en in kleur gespoten bumpers. Elke Prelude had een handgeschakelde vijfbak, maar op bestelling was er ook een viertraps automaat leverbaar. Honda vond het in oktober 1987 tijd voor de derde lichting van de Prelude. De nu 4,46 meter lange coupé was eerder een geëvolueerde versie van zijn voorganger, maar onderhuids was de techniek toch naar een veel hoger plan getild. Bijzonder was de vanaf februari 1988 optioneel leverbare vierwielbesturing (4WS) die zorgde voor een beter bochtgedrag en een kortere draaicirkel. Het interieur was voorzien van een geheel nieuw dashboard en het motorenprogramma bestond vanaf nu alleen nog uit machines met een inhoud van 2,0-liter.

Uitgebreide standaarduitrusting
Aan de basis stond de 2.0-12V EX met 109 pk, 154 Nm en een carburateur. Zijn prestaties waren er door de grotere afmetingen en het hogere gewicht van de auto echt niet op vooruit gegaan. Bij 186 kilometer per uur gooide de Prelude de handdoek in de ring en het duurde 10,4 seconden voordat de grens van 100 kilometer per uur was bereikt. Dezelfde 2.0-motor was ook beschikbaar met multipoint injectie en leverde dan 114 pk en 157 Nm. De extra power lieten de Prelude vier kilometer per uur sneller rijden en het standaardsprintje raffelde hij zestienden van een seconde sneller af. De topuitvoering van de derde generatie Prelude was de 2.0i-16V met 150 pk en 180 Nm. Met een topsnelheid van 212 kilometer per uur deed de auto lekker mee op de linkerbaan van de Autobahn en een stoplichtsprint schuwde hij ook niet. Vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur in 7,9 seconden was eind jaren ’80 iets om van te dromen. Ook de derde Prelude had een uitgebreide standaarduitrusting. Centrale deurvergrendeling, een schuifdak, een toerenteller en stuurbekrachtiging waren altijd van de partij. De topuitvoering kon zelfs bogen op ABS, mistlampen en elektrische bediening van ramen en spiegels.

Het was op 19 september 1991 dat Honda het publiek verraste met de vierde generatie Prelude. De Japanse autofabrikant vond het nu wel tijd voor een revolutie en dus werd het design van de Prelude volledig vernieuwd. Naast de afgeronde vormen en gewone koplampen was het meest opzienbarende aspect de grote achterklep. Sommige delen van het onderstel leende de 4,44 meter lange coupé van de vijfde generatie Accord. Op veel interesse van Europese klanten kon Honda echter niet rekenen omdat het merk met de goedkopere Civic en Accord Coupé nog twee andere sportievelingen in het programma had. Ook het Amerikaans getinte design kon op weinig goedkeuring rekenen. Het leveringsprogramma startte in ons land bij de introductie in januari 1992 met de 2.0i-16V met enkele bovenliggende nokkenas die 133 pk en 179 Nm leverde. In combinatie met een gewicht van 1193 kilo bereikte de Prelude een topsnelheid van 201 kilometer per uur en sprintte in 9,2 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur. De Prelude 2.0i-16V was ook de enige uitvoering die de gehele levensloop (tot november 1996) van de vierde generatie leverbaar is geweest.

Sterkste en snelste
Van januari 1992 tot juni 1993 is de Prelude leverbaar geweest met een 2.3i-16V DOHC-motor met 160 pk en 209 Nm, deze was er ook met 4WS en stopte bij 215 kilometer per uur met versnellen. In 7,7 seconden stond de naald van de kilometerteller op 100 kilometer per uur, maar het duurde niet lang voordat zijn opvolger deze waarde verbrak. In juni 1993 kwam namelijk de Prelude 2.2i-16V VTEC met 4WS op de markt die 185 pk en 212 Nm leverde. Dit was de tot dan toe sterkste en snelste, maar ook zwaarste Prelude die ons land leverbaar was. Ondanks het gewicht van 1.305 kilo was de auto goed voor een topsnelheid van 226 kilometer per uur en een acceleratie van 0 naar 100 kilometer per uur in 7,3 seconden. In oktober 1995 verdween deze uitvoering van de prijslijst. Het uitrustingsniveau van de vierde lichting Prelude was voor de jaren ’90 van hoog niveau. Een airbag voor de bestuurder, centrale deurvergrendeling en elektrische ramen en spiegels waren altijd van de partij. Behalve de Prelude 2.0i-16V waren alle uitvoeringen daarnaast voorzien van ABS, cruise control, een radio, een schuifdak en lichtmetalen wielen.

Met de komst van de vijfde en laatste Prelude keerde Honda weer terug naar originele vorm van de auto. De grote achterklep werd ingeruild voor een plat kofferdeksel. De kalender stond inmiddels op 7 november 1996, ruim vijf jaar na de introductie van Prelude nummer vier. De 4,55 meter lange en 1.190 kilo zware Prelude oogde een stuk Europeser dan de vorige generatie, maar de verkoopaantallen van jaren ’80 werden niet meer behaald. In Nederland was de Prelude 2.0i-16V voorzien van motor uit de vorige Prelude en de prestaties lagen dan ook precies op hetzelfde niveau. Vanaf de introductie was er tevens de 2.2 VTi DOHC met 185 pk en 206 Nm die goed was voor 228 kilometer per uur en een sprint vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur in 7,5 seconden. In oktober 1998 werd kreeg deze motor diverse aanpassingen waardoor het vermogen steeg tot 200 pk en het koppel 211 Nm bedroeg. De standaarduitrusting kwam grotendeels overeen met die van zijn voorganger, maar de 2.2 VTi was nu standaard voorzien van airco.

In augustus 2000 kwam er na bijna 22 jaar een eind aan de productie van de Prelude waarvan er wereldwijd 826.082 stuks zijn geproduceerd.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Honda Prelude op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 januari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn