Fiat Cinquecento totaal anders dan zijn spirituele voorganger

Fiat Cinquecento totaal anders dan zijn spirituele voorganger
De jaren zestig en de Fiat 500 zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen in thuisland Italië was het rugzakje populair, ook in ons kikkerlandje kon het wagentje van meet af aan rekenen op veel interesse. Medio 1991 zette Fiat een nieuwe 500 in de markt, nu als Cinquecento, dus met de naam in letters en intern type 170 genoemd. Het eerste jaar alleen in Polen als opvolger van de immens succesvolle, maar verouderde 126p.

Andere landen in Europa waren eind 1992 aan de beurt. In geen enkel opzicht leek de auto op zijn illustere voorganger, maar klein en handig in de stad was hij wel. In totaal zijn er meer dan een miljoen exemplaren gebouwd. Fiat wilde geen karig uitgeruste, weinig comfortabele en kwalitatief teleurstellende stadsauto op de wereld zetten. Ook in de jaren negentig stelden klanten steeds hogere eisen aan een auto in het A-segment. De Italianen omschreven de in het Poolse Tychy gebouwde Cinquecento als ‘een doordacht en volwassen mini, die door zijn milieubewustzijn, bedieningsgemak en praktische bruikbaarheid inspeelde op de toekomstige eisen aan auto en verkeer.’ Vergeleken bij de goedkoopste auto’s van vandaag de dag is de kleine Fiat natuurlijk tien stappen terug in de tijd. Tegenover de andere stadsauto van Fiat, de Panda, was de Cinquecento een stuk volwassener.

Ongebruikelijk in het A-segment was de toepassing van onafhankelijke wielophanging aan zowel de voor- als achterkant. Bovendien was de koets voor driekwart gemaakt uit tweezijdig verzinkt plaatstaal en waren de wieldraagarmen voorzien van een aluminium coating. De vijfversnellingsbak werd bediend via Bowdenkabels in plaats van stangen wat minder ruimte in beslag nam. Een luxe uitrusting gaf Fiat zijn autootje niet mee. Met een dagteller, digitaal klokje en een achterruitenwisser had je het wel gehad. O ja, een rechterbuitenspiegel en een deelbare achterbank waren ook standaard. Voor zaken als centrale deurvergrendeling, een zonnedak of een radio betaalde je bij.

In eerste instantie was de Poolse Cinquecento er met verouderde 703 cc tweecilinder en een 899 cc viercilinder, beide met carburateur. Bij ons had de 3,22 meter lange Cinque vanaf zijn introductie een 899 cc vierpitter met singlepoint injectie en een onderliggende nokkenas onder het korte motorkapje. Met 40 pk en 65 Nm goed voor een topsnelheid van 140 km/h en een sprint van 0 naar 100 in 18 seconden. Eind 1994 voerde Fiat diverse verbeteringen door en werden er meer uitvoeringen leverbaar. Een nieuw instrumentarium, andere hendels aan de stuurkolom, nieuwe kleuren en bekledingsstoffen gaven de Cinquecento een nieuwe start.

Naast de basisuitvoering stonden er in de prijslijst de Cinquecento S, SX, Suite (met airco) en Soleil (met canvas zonnedak). Bovendien kwamen sportieve rijders aan hun trekken met de Sporting die een 1,1-liter met 55 pk en 86 Nm had. Met 150 km/h en 12,8 seconden van 0 naar 100 km/h een leuk scheurijzertje, zeker in combinatie met het lage gewicht. Het onderstel was stugger afgesteld en Fiat monteerde een stabilisatorstang tussen de voorwielen. Voor een beter schakelgevoel zijn de Bowdenkabels van de vijfbak verruild voor stangen. Huistuner Abarth leverde diverse spoilersets voor de Cinquecento Sporting. Tuners als Novitec, Hörmann, G-Tech en Merkur boden zelfs turbosets aan met maximaal 112 pk die de grens van 200 km/h passeerden.

In 1998 is de Cinquecento opgevolgd door de Seicento (600).

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Fiat Cinquecento op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 26 januari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn