Renault Laguna spirituele opvolger aloude R16

Renault Laguna spirituele opvolger aloude R16
De Renault 16 uit 1964 mogen we zien als de spirituele voorganger van de eerste generatie Laguna die dertig jaar later in 1994 zijn opwachting maakte. Beide auto’s zijn op functionaliteit gericht, maar moesten volgens de Franse autofabrikant ook blijk van durf en vernieuwingsdrift geven. Ruimte, geborgenheid, veiligheid en temperament stonden bij de ontwikkeling bovenaan de wensenlijst.

Voorafgaand aan de ontwikkeling van de nieuwe middenklasser heeft Renault het publiek om hun mening gevraagd. Heel bewust is vastgehouden aan een hatchback met een grote achterklep in plaats van een conventionele sedan, zoals die bij de R21 nog wel leverbaar was. De naam Laguna moest het publiek doen denken aan kunstwerken en verre reizen, bovendien paste het ieder geval goed in het gamma van Renault waarin de Twingo, Clio, Safrane en Espace in de jaren negentig de hoofdrol speelden. Renault zette de Laguna neer als een auto met een herkenbaar, maar eigen gezicht. Vorm en functie moesten in harmonie zijn. Schuin van achteren heeft de Laguna familietrekken van de Safrane gekregen en de gladde vormgeving resulteerde in een lage luchtweerstand, afhankelijk van de uitvoering variërend van 0,29 tot 0,32 Cw.

Ook het interieur was vloeiend vormengegeven. De stilisten hebben naar verluid hun inspiratie gezocht in de kunstwereld. Aan de werken van Paul Klee, Claude Monet en Sol Lewitt ontleenden zij drie grafische hoofdlijnen. Ten opzichte van zijn directe voorganger, de Renault 21 groeide de 4,5 meter lange Laguna nauwelijks. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, vond de start van de productie van de nieuwe middenklasser in twee fabrieken tegelijk plaats. Daardoor was er direct een grote productiecapaciteit beschikbaar: in Sandouville bij Le Havre bedroeg de productiecapaciteit 640 Laguna’s per dag en in het Spaanse Palencia lag dit op 500 auto’s. Al in 1989 waren voor 84 procent van de Laguna-onderdelen de toeleveranciers geselecteerd. Vooral de elektrische en elektronische uitrusting en geluidsisolatie gaf Renault veel aandacht.

De fabricage verliep modulair. Aan de centrale montagelijn werden voorgemonteerde componenten aangevoerd, die daarvoor in aparte werkplaatsen waren samengesteld. Denk hierbij aan de stuurinrichting, het subframe met de motor en versnellingsbak, de achtertrein en de stoelen. Hierdoor kon bijvoorbeeld de fabricagelijn van de plaatwerkafdeling worden teruggebracht van 28.000 tot 16.000 vierkante meter. Automatisering gold in de jaren tachtig als de beste methode om de kwaliteit en productiviteit te verbeteren. Renault heeft voor de Laguna echter besloten automatisering selectiever toe te passen. Op de plaatwerkafdeling werden bewerkingen alleen geautomatiseerd als het de kwaliteit en rentabiliteit ten goede kwam. Voor een goede logistiek tussen beide fabrieken is een rechtstreekse spoorverbinding tot stand gebracht. Een treinstel van zestien wagons onderhield de verbinding tussen Sandouville en Palencia.

Tijdens de introductie in januari 1994 bestond het leveringsprogramma van de Laguna uit de RN-, RT-, RXE- en V6-uitvoering. Voor de aandrijving was er keuze uit drie benzinemotoren en een dieselaggregaat. Aan de basis stond de achtkleps 1.8 met 94 pk, gevolgd door de wat pittigere 2.0 met 113 pk. Top of the bill was de 167 pk sterke 3.0 V6 met twaalf kleppen. Dieselrijders moesten zich tevredenstellen met de 83 pk die de 2.2d twaalfklepper produceerde. In september 1995 verscheen de Laguna Break op de markt, een ruime stationwagon. Kort daarvoor introduceerde Renault de zestienkleps Laguna 2.0 S met 140 pk en dubbele bovenliggende nokkenas (DOHC). Voor wat meer pit op dieselgebied was de 113 pk sterke 2.2 dT verantwoordelijk die in maart 1996 werd toegevoegd aan het gamma.

De facelift van april 1998 (Phase 2) bracht een moderner ex- en interieur en volledige nieuwe motoren. Na 1,5 miljoen exemplaren ging de eerste generatie Laguna in maart 2001 met pensioen.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Renault Laguna op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 27 januari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn