Dertig jaar katalysator en loodvrije benzine

Dertig jaar katalysator en loodvrije benzine
Autofabrikanten die door steeds strenger wordende milieueisen technieken introduceren om hun wagens zo schoon mogelijk te laten zijn. Anno 2016 aan de orde van de dag, maar ook drie decennia geleden een hot item. Het is bijna dertig jaar geleden dat de katalysator en daarmee loodvrije benzine in opkomst waren.

Vanaf 1 mei 1986 bevorderde de Nederlandse regering het kopen van ‘schone’ auto’s door er een belastingsubsidie op te geven. De milieuministers van de landen van de toenmalige Europese Gemeenschap wilden dat het verkeerd milieuvriendelijker werd. Vanaf 1 oktober 1988 moesten nieuw ontwikkelde auto’s met een motor groter dan 2,0-liter aan de zwaarste eisen voldoen. Daarna kwamen de kleinere auto’s aan de beurt, de nieuwe modellen tussen 1,4- en 2,0-liter (even zware eisen, vanaf 1 oktober 1991) en tot 1,4-liter (minder zware eisen, vanaf 1 oktober 1990).

95 RON
Door de ministers werd tevens afgesproken dat er ongelode benzine beschikbaar moest komen. Per 1 oktober 1986 was superbenzine al loodarm, bovendien verscheen de geheel ongelode benzine, Eurosuper met een octaangetal van 95 RON. Veel auto’s zouden alleen aan de zware milieueisen kunnen voldoen als de uitlaatgassen door een katalysator gereinigd werden, een attribuut dat niet bestand is tegen lood. Eventueel mocht er ook ongelode normale benzine (91 RON) worden verkocht.

Lood had een smerende werking, vooral op de kleppen in een motor. Wilde een motor het zonder lood kunnen stellen, dan moesten de randen rond de kleppen van een speciaal, extra hard materiaal zijn. Autofabrikanten hebben destijds veel moeite gedaan om hun motoren krachtiger en zuiniger te maken door onder andere de verbrandingsdruk te verhogen. Daarvoor was benzine nodig met een hoog octaangetal: superbenzine (98 RON). Om aan dit octaangetal te komen werd lood toegevoegd. Haalde je dat eruit, dan werd de motor dus minder krachtig en zuinig. Tegenwoordig zien we dit verschijnsel vooral bij prestatiegerichte sportauto’s.

Arm mengsel
Vooral motoren groter dan 2,0-liter ontkwamen niet aan een driewegkatalysator. Hieronder verstaan we een soort filter van aardewerk in de uitlaat met een dun laagje platina dat op chemische manier koolmonoxide, stikstofoxyden en koolwaterstoffen uit de uitlaatgassen filtert. Minpunten had de katalysator ook. Platina kan niet tegen lood, dus mocht er alleen loodvrije benzine getankt worden. Een tweede nadeel was de prijs van rond de 1.500 gulden (ca. 700 euro). Als laatste verminderde het reinigingsonderdeel vaak de prestaties van een auto. Voor motoren tot twee liter, maar nog duurdere oplossing: de ‘lean-burn’ motor. Een motor produceert schone uitlaatgassen als het benzine-luchtmengsel optimaal wordt verbrand. Optimaal is de verhouding lucht-benzine 14,7:1. De ‘lean-burn’ motor werkt op meer lucht en minder benzine, dus een armer mengsel.

Inmiddels zijn we jaren verder en in de loop der tijd zijn de milieuregels alleen maar strenger geworden. Desondanks zijn autofabrikanten er in geslaagd om hun verbrandingsmotoren zodanig verder te ontwikkelen dat de gestelde normen nog altijd gehaald worden. Met of zonder sjoemelsoftware.

Tekst: Arno Lommers
Dit artikel is gepubliceerd op 4 februari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn