Hoe de Daihatsu Move zich bewoog

Hoe de Daihatsu Move zich bewoog
‘Omgevallen telefooncel.’ ‘Rijdende schandpaal.’ De Daihatsu Move hoeft in Europa niet op veel genade te rekenen, want naar onze maatstaven zijn de verhoudingen totaal zoek. Hoe contrasterend dat hij bij zijn lancering op de thuismarkt in 1995 een complete hype ontketende, nota bene onder jongeren. Over cultuurverschillen gesproken.

De Daihatsu Move buitte de mogelijkheden binnen de Japanse wetgeving rondom de ‘kei cars’ volledig uit. Met een lengte van 3,3 meter, een breedte van 1,4 meter en een hoogte van 1,7 meter kende hij nog slechts in verticale richting een speelruimte van drie decimeter. Het volstond om hem op Japans grondgebied in aanmerking te laten komen voor aanzienlijke fiscale en verzekeringstechnische voordelen, maar het verklaart tevens zijn merkwaardige verschijning. De kei car-wet schreef daarnaast een motorinhoud van ten hoogste 660 cm3 voor en het wekt dan weinig verbazing dat Daihatsu een driepitter van 659 cm3 monteerde, met als alternatief een turbogeblazen viercilinder van gelijk volume. In de eerste drie Move-jaren zette Japans oudste autofabrikant maar liefst een half miljoen eenheden weg.

Levensgevaarlijk weggedrag
Naar inschatting van de marketeers had dit compacte ruimtewonder ook in Europa kans van slagen, daarom zwengelden zij een exporttraject aan, waarbij het kleine torretje onder het voorplecht het veld ruimde voor een 847 cm3 metende driecilinder met 42 pk. Nederland begroette de Move op de AutoRAI in februari 1997 en bezorgde hem een warm onthaal. Wat heet, de verkopers op de stand liepen bijkans een muisarm op van het orders schrijven. Helaas bleek de hosannastemming slechts van korte duur, want in een rijtest velde Autovisie-redacteur Jeroen Jongeneel een vernietigend oordeel over de smalle mini-MPV: hij vertoonde met name bij hoge snelheden een levensgevaarlijk weggedrag en het risico op kantelen viel zeker niet uit te sluiten, zoals een uitwijkproef aantoonde. Daar gooide de Move achteloos twee pootjes in de lucht en dat leverde een even hilarische als huiveringwekkende coverplaat voor het magazine op. De verkopen zakten acuut als een plumpudding in elkaar en het kostte de Daihatsu-dealers volop moeite om Moves aan de man te brengen. In 1999 poogde een fors verbeterde generatie een frisse start te maken, maar het besmette imago stond dat in de weg en vier jaar nadien verdween de auto van het toneel. Verdeeld over twee edities gingen in Nederland totaal 4028 exemplaren over de toonbank.

Hemelbed
Toch ontbreekt het de Daihatsu Move zeker niet aan kwaliteiten, integendeel. Geen enkele auto met een vergelijkbare voetafdruk kan tippen aan hier geboden bewegingsvrijheid voor de passagiers en daarbij toont het koddige karretje zich ook nog eens van een extra flexibele kant met zijn multifunctionele achterbank. Twee gelijke delen laten zich afzonderlijk verschuiven en in een handomdraai klap je de rugleuningen naar voren of juist naar achteren, waarmee je de Move zomaar in een rijdend hemelbed omtovert. Een horizontaal scharnierende achterdeur met handige opbergvakken, bekerhouders in dashboard en achterportieren (!), niets lijkt te gek en dan viel de auto voor de klanten destijds ook nog op te tuigen tot Move X. Dat betekent elektrische raambediening vóór, centrale vergrendeling en een toerenteller. Op verzoek knoopte Daihatsu een drietrapsautomaat aan de zuinige krachtbron, die in combinatie met een handgeschakelde vijfbak een praktijkverbruik van rond de 1:18 scoort. Er drukt slechts 720 kg op het asfalt, zodat het statiegeld van de wekelijkse boodschappen al bijna genoeg is om de maandlasten te dekken.

Ja, in een Daihatsu Move vorm je het mikpunt van spot en hoon, maar stiekem lach je als bezitter de grinnikende passanten net zo hard uit en daarvoor hoef je de Japanse cultuur niet eens te begrijpen.

Tekst: Aart van der Haagen

Bekijk meer foto's van de Daihatsu Move op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 7 februari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn