Opel Vectra schiep nieuwe maatstaven in de middenklasse

Opel Vectra schiep nieuwe maatstaven in de middenklasse
In de herfst van 1988 loste de Opel Vectra A de Ascona C af en was wat betreft ontwerp en technologie niet meer met zijn voorganger te vergelijken. Een ommekeer naar modernere technologie en design maakte Opel in 1984 met de Kadett E. In 1986 en 1987 kwamen de Omega en Senator erbij. De Vectra borduurt voort op deze ontwikkeling en schepte nieuwe maatstaven in de middenklasse.

De Vectra is met behulp van een supercomputer van de Amerikaanse firma CRAY en de windtunnel ontworpen waardoor de luchtweerstand laag is (Cw-waarde 0,29). Opel werkte sinds 1985 met de CRAY-computer die was toegespitst op het specifieke en voortdurend veranderende ontwikkelingswerk in de auto-industrie. Nog voordat de eerste, handgebouwde modellen ontstonden, simuleerde men met dit brein al uitgebreide botsproeven.

Extra verstevigingen
Ook bij de aerodynamische vormgeving van de Vectra verrichte de CRAY-computer nuttig werk. Voordat de auto naar de windtunnel ging, gaf de computer al aan waar men de sterkste turbulentie kon verwachten. Dat leidde bijvoorbeeld bij de vormgeving van de vijfdeurs hatchback tot een spoilerachtige knik in de achterklep, dat bovendien vervuiling van de achterruit tegen gaat. De meeste veiligheidsaspecten in de Vectra zitten onderhuids. Zo heeft de auto extra versterkingen in de deuren en zijstijlen. Men vormde het profiel van de stoelzittingen zodanig, dat de inzittenden niet onder de gordels door konden schuiven. Verder zijn in hoogte verstelbare gordels en een indrukbare stuurkolom toegepast.

Achteras van de Omega
De basis van het Vectra-onderstel is identiek aan dat van zijn voorganger Ascona, maar werd grondig herzien. Men verlengde de wielbasis met 2,6 centimeter en verbreedde het spoor met twee centimeter. De zelfstabiliserende voortrein onderdrukt de onderstuurneiging en het V-vormige subframe geeft extra stevigheid aan de carrosserie. De achteras heeft langsarmen die voor een betere stabiliteit met elkaar verbonden zijn door een torsiebalk. Bij de modellen met vierwielaandrijving en de snelle Vectra 2000 koos Opel voor een overname van de achteras-constructie uit de grotere Omega.

Alle krachtbronnen waren bij de komst van de Vectra geheel nieuw of sterk gemoderniseerd. Het aanbod varieerde van 1,6 tot 2,0 liter inhoud, van twee tot vier kleppen per cilinder en van 57 tot 150 pk. Tevens werden er versies met katalysator aangeboden. De Opel-technici hebben zich intensief met de dieselmotor beziggehouden. Door middel van een grotere boring verhoogde men de cilinderinhoud van 1,6 tot 1,7 liter. Als basismotor diende de 1,6 liter benzinemotor met elektronisch gestuurde, centrale inspuiting en een uitlaatgas recirculatiesysteem.

Vierwielaandrijving
Bij de verkoopstart eind 1988 was de Vectra er als sedan en hatchback. Klanten hadden de keuze uit de uitrustingsniveau’s GL, GT, GLS en CD. Een outsider was het topmodel, de Vectra 2000. Deze is te herkennen aan een achterklepspoiler, sportievere bumpers, dorpellijsten en lichtmetalen wielen. Onder de kap ligt de nieuwe 2,0 liter zestienklepper met 150 pk waarmee de Vectra 2000 en topsnelheid haalt van 215 kilometer per uur. Vier schijfremmen en ABS zorgden voor meer veiligheid en optioneel was er vierwielaandrijving met viscose-koppeling die, al naar gelang de grip, de aandrijfkracht automatisch en gelijkmatig over de voor en achteras verdeelt. Eind 1992 kreeg de eerste generatie Vectra een facelift met nieuwe koplampen, een andere grille en gewijzigde achterlichten. Tot de komst van de Vectra B in 1995 werden bovendien het motorenprogramma en de uitrustingsniveau’s nog bijgewerkt.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Opel Vectra op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 23 februari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn