Renault investeerde 5,8 miljard Francs in ontwikkeling R19

Renault investeerde 5,8 miljard Francs in ontwikkeling R19
In juni 1988 introduceerde Renault met de 19 een opvolger voor de aloude 9 en 11, waarna in Frankrijk de verkoop in september begon. De overige Europese landen volgden net na de jaarwisseling in 1989. Drieënhalf jaar lang is er door de Franse ingenieurs aan de nieuweling gewerkt. Hen stond een ontwikkelingsbudget van 5,8 miljard Franse Francs (destijds 2 miljard gulden) ter beschikking.

November 1984: de eerste lijnen van project X53 worden onder leiding van Jacques Cheinisse op papier gezet. In de eerste anderhalf jaar produceren de tekenaars honderden schetsen en tientallen schaalmodellen. Ondertussen ontwikkelen technici met behulp van grote computers de technische eigenschappen van de auto. Motoren, versnellingsbakken, de remmen en het onderstel worden tot het uiterste getest. Daarnaast wordt de veiligheid onder de loep genomen door middel van talloze botsproeven. Na acht maanden stond het ontwerp van het exterieur vast, na dertien maanden dat van het interieur.

Lasercamera's
Een deel van het ontwikkelingsbudget ging naar de fabriek in het Noord-Franse Douai waar 143 extra robots werden geïnstalleerd die 98,5 procent van het laswerk voor hun rekening namen. Voor de productie van één auto stond 16 uur. Tijdens de productie vonden verschillende tests plaats, zodat een eventueel optredende fout direct kon worden rechtgezet. De carrosseriecontrole was in handen van lasercamera’s. De R19 werd niet alleen in Douai geproduceerd, maar ook in Spanje, Portugal, Argentinië, Turkije en Colombia. De R19 kwam in eerste instantie als drie- en vijfdeurs hatchback op de markt, met drie uitrustingsniveau’s en vijf verschillende motoren. Later verschenen de sedan (Chamade), de sportieve zestienkleppers en de cabrio.

Het ontwerp van de R19 is een vrucht van de samenwerking tussen Giugiaro en Renault. In vergelijking met zijn voorgangers is de 4,15 meter lange R19 ruim 10 centimeter langer. Met een gunstige stroomlijn (0,31 Cw) was de R19 efficiënt en vormgegeven. Bovendien oogde de auto met zijn gesloten neus en hoge achterkant modern. Ook onderhuids liep Renault niet achter de feiten aan. De voortrein was voorzien van een McPherson-systeem, de achteras had getrokken armen en twee torsiestaven. De versies vanaf 90 pk hadden vier torsiestaven.

Stijvere carrosserie
De motoren van de R19 staan dwars voorin en zijn via een speciaal draagframe aan de carrosserie bevestigd. Bij de fabricage had dit als voordeel dat de motor eerst aan dat frame wordt vastgemaakt, waarna het geheel automatisch in de carrosserie kon worden geïnstalleerd. Ook kan zo bij een lichte aanrijding het mechanische gedeelte nauwelijks worden geraakt. Ten opzichte van de R11 is de stijfheid van de carrosserie toegenomen, de spatborden verstevigd en de voorruit gelijmd. Tevens is de brandstoftank veilig tussen de achterwielen geplaatst. Desondanks kwamen concurrenten als de Fiat Tipo, Ford Escort en Opel Astra in een botsproef van het Duitse Auto Motor und Sport in 1992 beter uit de bus.

Roestvorming wilde Renault zo ver mogelijk uitbannen. Er werd gewerkt met voorbehandeld en verzinkt staal, waarop via het cataforese-proces beschermende laklagen werden aangebracht. Met behulp van elektrische spanning kwam de verflaag op de carrosserie terecht. Daarna ging de auto in een aantal verfbaden en gevoelige plekken kregen een extra behandeling. Uiteindelijk kreeg de koets zijn definitieve kleur. Het motorenpallet startte met de 1.397 cc grote en 60 pk sterke C1J-motor, bekend uit de R5, 9 en 11. Daarna volgde de F2N-motor uit de R21 met 1.721 cc en naar keuze 75 of 92 pk, deze was er ook met benzineinjectie (F3N, 90 pk). Geheel nieuw waren de E6J-motor met 1.390 cc en 80 pk en de 1.870 cc diesel (F8Q) met 64 pk. In Frankrijk leverde men nog een 1.2 met 55 pk (C1G).

In april 1992 friste Renault de 19 op, het begin van model Phase 2 en met de komst van de Mégane (herfst 1995) was het einde van de hatchback en sedan daar. De cabrio is tot begin 1997 gebouwd en tot 2000 rolde de R19 voor de lokale markt in Zuid-Amerika en Turkije van de band.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Renault 19 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 28 februari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn