Opvallende sportauto met bekende techniek

Opvallende sportauto met bekende techniek
Audi wilde een opvallende kleine sportauto in zijn gamma. Geen afgeleide van een bestaand model, maar onderhuids wel voorzien van bekende techniek. Na de zomer in 1994 begon de ontwikkeling van de wagen in het designcentrum Simi Valley (Californië), waar Peter Schreyer de hoogste baas was. De uiteindelijke schetsen voor het exterieur kwamen van Freeman Thomas, Romulus Rost gaf de binnenkant vorm. Zie daar: de beginselen van wat later een succesverhaal zou worden.

In 1995 werd op de IAA in Frankfurt een eerste concept voorgesteld als coupé, een paar maanden later in Tokyo gevolgd door de open versie onder de naam TTS. Beide studiemodellen oogsten zeer positieve reacties, waarop Audi besloot de TT in productie te nemen. Het journaille mocht in september 1998 alvast proeven aan de spectaculair getekende TT in het Italiaanse Gubbio. Voor het publiek vond de dealerintroductie een maand later plaats. De TT Roadster met stoffen dak was toen nog niet present, die kwam pas eind 1999.

Per trein naar Hongarije
De eerste generatie TT (internecode 8N) is slechts 4,04 meter lang en heeft met zijn controversiële design de tongen losgemaakt. De auto is vernoemd naar de NSU TT uit de jaren zestig en de Tourist Trophy, een motorrace op Isle of Man. Soms worden ook de Duitse woorden ‘Tradition und Technik’ aangehaald. Audi bouwde de TT in twee fabrieken. De carrosserie ging in Ingolstadt op de trein naar Györ in Hongarije waar de auto verder in elkaar werd gezet.

Niet lang na de verkoopstart waren er enkele ongelukken met doden te betreuren waar de TT de hoofdrol in speelde. Voor de gemiddelde rijder was het ver weg liggende, maar erg kleine grensbereik van het onderstel (een doorontwikkeling van de Volkswagen Golf IV) een verrassing. In snelle bochten kon het gebeuren dat de TT in een mum van tijd achterstevoren op de weg stond. Zelfs Walter Röhrl, wereldkampioen rally, beaamde dit. Audi voorzag alle reeds gebouwde TT’s van een kleine achterspoiler voor meer neerwaartse druk en aanpassingen aan het onderstel. In eerste instantie kregen alleen de vanaf dat moment gebouwde nieuwe auto’s ESP, maar na veel gekrakeel in de media werden ook de al rijdende TT’s voorzien van het stabiliteitssysteem.

Zescilinder uit Golf R32
In zijn acht jarige carriere is de eerste generatie TT geleverd met diverse vermogensvarianten van de twintigkleps 1.8 turbomotor. De minst vermogende versie had 150 pk en via de 163, 180 en 190 pk-uitvoering liep het gamma door tot 225 pk. Er is ook een TT 3.2 V6 met 250 pk geweest, dit blok kwam uit de Volkswagen Golf R32. Diverse vermogensvarianten konden geleverd worden met Audi’s befaamde quattro vierwielaandrijving. In 2005 kwam er een speciale versie ter ere van 25 jaar quattro: de Audi TT quattro sport met 240 pk. Ten opzichte van de normale 1.8T met 225 pk is de TT quattro sport 75 kilo lichter, onder andere door het verwijderen van de achterbank. Het achterste deel van de bodem komt van de V6, waardoor de accu achterin kon worden geplaatst voor een gewichtsverdeling. Naast sportievere bumpers, 18-inch wielen en een verlaagd onderstel had de TT quattro sport ook lichtgewicht kuipstoelen. In april 2006 werd de tweede generatie TT voorgesteld.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Audi TT op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 29 februari 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn