Eerste Toyota Prius dichtte gat tussen benzine en elektrisch

Eerste Toyota Prius dichtte gat tussen benzine en elektrisch
Begin jaren negentig schreef Toyota mee aan het document Earth Charter om zuinige/schone auto’s te ontwikkelen voor de 21e eeuw. Een auto die het gat dichtte tussen aandrijving op enkel fossiele brandstof en elektriciteit, dat moest het gaan worden. Eind 1995 stond op de Tokyo Motorshow een concept, de aerodynamisch getekende en hybride Prius. De naam is Latijns voor het Engelse ‘prior’ of in goed Nederlands ‘voorloper’.

De eerste productie-exemplaren van de Prius (generatie XW10) werden in december 1997 in thuisland Japan afgeleverd. Intern staat deze serie bekend als de NHW10. Slechts enkele auto’s zijn naar Engeland, Australië en Nieuw-Zeeland geëxporteerd. Ondanks dat Toyota door de hoge productiekosten verlies maakte op elke Prius zette het bedrijf door met als doel dat in 2005 een derde deel van de wereldwijde automarkt zou moeten bestaan uit hybrides. Onder de motorkap van de allereerste Prius lag een 1.5-benzinemotor met 58 pk en aan zijn zijde een 40 pk leverende 288 Volt elektromotor. De stroom voor de elektromotor was opgeslagen in batterijcellen.

Accu van Panasonic
Vanaf september 2000 werden ook Europese en Amerikaanse klanten in staat gesteld een Prius te kopen. Omdat de auto nu in grotere aantallen kon worden gebouwd leverde Toyota niet langer in. De 4,32 meter lange en 1.260 kilo wegende NHW11-versie had een Hybrid Synergy Drive-aandrijflijn die beter bestand was tegen hogere rijsnelheden en langere afstanden. De 1,5-liter 1NZ-FXE benzinemotor leverde 72 pk en werd ondersteund door 45 pk sterke 274 Volt elektromotor. Deze kreeg op zijn beurt voeding uit een 53 kilo wegende nikkelmetaalhydride accu van Panasonic die tijdens het rijden door de verbrandingsmotor of door opslag van remenergie (recuperatie) opgeladen werd. Alle kracht ging via een automaat met een versnelling richting de voorwielen. Op het dashboard kon de bestuurder precies volgen welke motor er op dat moment aan het werk was. Toyota beloofde een gemiddeld brandstofverbruik van 5,1 liter per 100 kilometer (1 op 19,6). Veel eigenaren haalden nog mooiere cijfers.

Veel functies waren elektronisch gestuurd, zoals het gaspedaal en de verbinding tussen de versnellingspook en –bak. Het remsysteem was elektrohydraulisch, maar in noodgevallen kon de Prius terugvallen op een tweede, volledig hydraulisch systeem. Ook de airco, stuurbekrachtiging werden elektrisch aangedreven zodat deze bleven werken als de verbrandingsmotor uitgeschakeld was.

Meervoud
In 2011 vroeg Toyota het publiek wat de beste meervoudsvorm van Prius zou zijn: Prien, Prii, Prium, Prius, or Priuses. Het meest populaire woord zou worden gebruikt in reclame-uitingen van de fabrikant. Het werd Prii, als wordt in het Engels nog altijd vaak Priuses gebruikt.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Toyota Prius op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 8 maart 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn