Volvo C70 Coupé verbrak de Volvo-tradities

Volvo C70 Coupé verbrak de Volvo-tradities
Met de C70 Coupé verbrak Volvo in 1996 de traditie van rechthoekige modellen. Uiteraard mogen we ook de 480 niet vergeten, maar de C70 is sierlijker en bovendien de eerste luxe coupé in het gamma sinds de 780. Na 30 maanden ontwikkeling mocht het publiek zich op de Autosalon van Parijs in 1996 vergapen aan de ranke coupé in de spetterende kleuren Saffron Pearl en Garnet Red Pearl metallic. Volvo Cars Corporation-president Tuve Johannesson en Volvo-topman Sören Gyl trokken op 30 september 1996 het doek van de C70 Coupé.

Peter Horbury, tussen 1991 en 2002 designchef bij Volvo, was erin geslaagd het burgerlijke imago van het Zweedse merk flair te geven. Het interieur was vrijwel gelijk aan dat van de S/V70, hiervoor was de Mexicaan Jose Diaz de la Vega verantwoordelijk. “Dit is niet een Volvo die je nodig hebt; dit is een Volvo die je begeert,” aldus Horbury. De C70 moest kopers aanspreken die voor de luxe van een coupé gingen. Kopers die bereid waren te betalen voor een fraai ontwerp, kwaliteit, maar ook weer niet te veel. Bovendien zei de designchef: “Als we waren blijven spelen met het idee van een 850 Coupé, dan waren de gedachten teruggegaan naar de 262 en de 780. Auto’s die toch werden gezien als tweedeurs-versies van vierdeurs sedans.”

Bezwaren van Audi
In 1993 zetten Horbury en design engineer Anders Gunnarsson de eerste schetsen op papier. Ze wilden hun auto een nieuw Volvo-gezicht geven en herdefinieerden voor hun coupé de kernwaarden van het Volvo-design. De grille moest verticaal staan en geaccentueerd worden met de V-vormige motorkap. Een verwijzing naar de Amazon. Ook keerden de schouders terug, zij het in bescheiden proporties vergeleken met latere ontwerpen. Het ontwerp werd in september 1994 goedgekeurd en in januari 1995 kreeg het project groen licht van de directie. De aanduiding was toen nog C7. Daar moest een nulletje achter, na bezwaren van Audi.

Bodemplaat, onderstel en motoren kwamen van de 850. Met 4,72 meter was de C70 even lang als de S/V70, maar vijf centimeter langer dan de 850. De C70 had dezelfde onafhankelijke voorwielophanging en semi-onafhankelijke Deltalink-achterwielophanging als de 850. Ze waren door TWR onder handen genomen en meer ingesteld op sportief rijgedrag. Dwars voorin lag de bekende vijfcilinder. Op de Nederlandse markt werden in 1997 twee motoren geleverd. De 2.3 liter hogedruk T5-turbomotor met 240 pk en de 2.5 liter lagedruk turbo met 193 pk. In landen met een sterke tweeliter-markt waren de 225 pk hogedruk turbomotor en 180 pk lagedruk turbomotor beschikbaar. De paardenkrachten werden via de voorwielen overgebracht met een handgeschakelde vijfversnellingsbak of viertraps automaat.

Nieuwe motoren
In de eerste Nederlandse prijslijst uit januari 1997 was de 2.5T de goedkoopste Coupé met 91.000 gulden (ruim 41.000 euro). De T5 deed 103.400 gulden. Voor modeljaar 2000 zat het belangrijkste nieuws onder de motorkap. De vijfcilinders hadden een opfrisbeurt ondergaan om ze efficiënter en zuiniger te maken. De 2.5T werd vervangen door de 2.4T met 193 pk. Bij de 2.0 liter motoren verdween de hogedruk turbomotor en hield de lagedruk 2.0T 163 pk over. De 2.0T nam de plek over van de kort aangeboden ongeblazen 2.4 van 170 pk. Die verving op zijn beurt de niet in Nederland geleverde 2.5 liter versie van 165 pk van modeljaar ’99. De vraag naar de C70 Coupé vertoonde al sinds 1998 een dalende lijn. In 2002 werden er slechts 1.631 Coupés gebouwd, het laagste aantal sinds 1996. Met pijn in het hart trok Volvo in augustus 2002 de stekker uit ‘de mooiste Volvo ooit’. De laatste was de C70 Coupé Collection, waarvan er vijftig naar Nederland kwamen. Hij had voor 52.500 euro vrijwel de complete accessoirelijst standaard en was er in zwart en zilver.

De productie van de C70 Coupé vond plaats in het Zweden Uddevalla. Volvo werkte hiervoor samen met TWR (Tom Walkinshaw Racing), het bedrijf dat tijdens de ontwikkeling van de auto de onderstelafstelling voor zijn rekening nam. Voor de C70 werd de fabriek voor 200 miljoen kronen (23 miljoen euro) verbouwd. Vlekkeloos ging het allemaal niet. Na de introductie wilde Volvo dat de Coupé in het voorjaar van 1997 geleverd zou worden, maar dat lukte niet. De fabriek zat vol kinderziektes en de eerste auto’s voldeden niet aan de kwaliteit die Volvo verlangde. Pas in het najaar van 1997 kwam de levering op gang, waarbij de Amerikaanse markt voorrang kreeg. De productie per auto kostte veel meer tijd en geld dan gedacht. In plaats van 20.000 auto’s per jaar te bouwen, werd de productie beperkt tot 12.000. Deze fikse tegenvaller heeft uiteindelijk geleid tot de breuk tussen Volvo en TWR.

Uddevalla
Commercieel is de eerste generatie C70 Coupé voor Volvo een gemiste kans geweest om door te dringen in de markt van premium coupés. Volvo gaf in 2003 groen licht voor de tweede generatie C70. Ondanks de slechte ervaringen ging Volvo opnieuw in zee met een partner. De Italiaanse stylist Pininfarina kreeg zestig procent in Pininfarina Sverige AB, dat vanaf 2006 de nieuwe alles-in-één coupé/convertible in Uddevalla bouwde.

De C70 Coupé op de foto is een 2.0T-uitvoering met 163 pk die in mei 2000 is afgeleverd bij Volvo-dealer Karels. Het bijzondere aan dit exemplaar is de extreem lage kilometerstand van 9.300. Werkelijk tot in de kleinste hoekjes als nieuw. De C70 staat nu te koop bij Tonen Automotive in Duiven. Niels Tonen heeft de auto gekocht van de tweede eigenaar, een liefhebber die de turquoise C70 enkele jaren in bezit heeft gehad, maar nauwelijks kilometers gemaakt heeft. Voor de zekerheid heeft hij wel de distributieriem vervangen. Mooi detail is dat 96-FN-VH nog altijd op de Michelin Pilot SX-banden staat waarmee hij de fabriek heeft verlaten.

Tekst: Arno Lommers
Met dank aan: Paul van Vugt (Volvodrive Magazine)

Bekijk meer foto's van de Volvo C70 Coupé op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 26 maart 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn