Voorganger overleefde nieuwe Volvo 700-serie

Voorganger overleefde nieuwe Volvo 700-serie
Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de Volvo 700-serie, ontworpen door Jan Wilsgaard, zoon van een Noorse zeeman, de 240-serie zou vervangen. Dat model verkocht echter zo goed, dat de 700-serie een twijfelende start maakte. De Volvo 740 is de eenvoudigste versie van de 700-serie en stond vanaf april 1984 in de prijslijst. De auto moest meer stijl, vermogen en luxe bieden dan de 240. De ‘4’ in de typebenaming staat voor een viercilindermotor. Een uitzondering zijn de zescilinder diesels die ook 740 genoemd werden. De 740 is geleverd als sedan (744) en vanaf 1985 als stationwagen (745). De Volvo 760 was er vanaf de start in februari 1982.

780 van Bertone
De ‘6’ in de typebenaming laat weten dat er een zescilindermotor onder de kap ligt. Enigszins verwarrend: in de 760 zijn tevens viercilinder benzinemotoren geleverd. Ook de 760 is zowel als sedan (764) en als stationwagen (765) geleverd. De meeste versies hadden vanaf 1985 tractiecontrole en een antiblokkeersysteem. Vanaf de facelift in 1988 werden alle 760’s voorzien van automatische airco, aerodynamische koplampen, een verstelbaar stuur en een nieuw audiosysteem. De 760 is in diverse landen ingezet als politieauto. DDR-leider Erich Honecker heeft enkele speciaal bestelde versies van de 760 gebruikt als statieauto. De 780 is de coupé-versie van de 700-serie en de opvolger van de 262C. De auto werd in 1985 geïntroduceerd op de Autosalon van Genève. Volvo maakte met deze introductie een rentree op de markt voor tweedeurscoupé’s. De 780 werd net als zijn voorganger ontworpen en gebouwd door designbureau Bertone in Turijn, Italië. Aan de hand van de typeaanduiding zou je verwachten dat de 780 een achtcilindermotor heeft. Het leveringsprogramma bestond echter alleen uit vier- en zescilinders.

Nieuwe motoren
Oorspronkelijk zou een turboversie van de PRV-motor (gezamenlijk ontwikkeld door Peugeot, Renault en Volvo) zorgen voor de aandrijving, maar de motorruimte was te klein met hitteproblemen als gevolg. Daarom werd de standaardversie van de PRV gebruikt. Daarnaast werd de auto ook met een zescilinder turbodiesel en verscheidene viercilinder turbo’s op benzine geleverd. De meest exclusieve hiervan is de 16-klepper B204GT met 200 pk, waarvan er 165 zijn verkocht. Na de productiestop van de 780 in 1991 ontbrak er tot 1997 een coupé in het gamma van Volvo. De voorwielaangedreven C70 valt te beschouwen als zijn opvolger. Alle 740-, 760- en 780-modellen hebben achterwielaandrijving. De 740 sedan en alle stations hadden een starre achteras. De 760 sedan en 780 kregen vanaf modeljaar 1988 een nieuwe achterasconstructie. Viercilinder benzinemotoren waren er met 2,0 en 2,3 liter cilinderinhoud (115 tot 165 pk). De zespits 2.4 liter diesel was er met en zonder turbo en leverde tussen de 82 en 129 pk. De 2.850 cc grote zescilinder benzinemotor leverde 147 of 156 pk. Alle motoren zijn bij goed onderhoud bestand tegen torenhoge kilometerstanden. Bij de viercilinder zestienkleppers moet de vervangingstermijn van de distributieriem goed in de gaten gehouden worden. Op het gebied van versnellingsbakken waren er diverse keuzemogelijkheden. Een 4+1 bak (met overdrive), een vijfbak of een viertraps automaat.

Minder geliefd
Op de tweedehandsmarkt is zijn de 740 en 760 minder geliefd dan de 240. Dit heeft een gunstige invloed op de vraagprijzen. Vooral de sedans zijn (nog) niet veelgevraagd. Vanaf 1990 heeft roest geen kans door de verzinkte carrosserie. Alleen de aluminium achterklep van de stations zijn soms aangetast door roest. In totaal zijn er zo’n 1,25 miljoen 700’s gebouwd. Hiervan neemt de sedan met 830.000 exemplaren het grootste deel voor zijn rekening, gevolgd door de stationwagon met 400.000 stuks. Een stuk zeldzamer is de coupé met een productieaantal van 8.500. De 740 en 760 werden vanaf medio 1992 geleidelijk vervangen door de 940 en 960. Pas in 1998 verscheen er met de C70 weer een coupé van Volvo.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Volvo 700-serie op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 4 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn