Rover SD1 was de laatste echte Rover

Rover SD1 was de laatste echte Rover
De laatste echte Rover, zo wordt de SD1 vaak genoemd. Het is de laatste Rover die in het Britse Solihull geproduceerd werd, de laatste Rover getekend door designers met een lange staat van dienst bij het merk en de laatste Rover met de eigen V8-motor.

In 1971 begon de Austin Rover Group, onderdeel van British Leyland, een opvolger voor de P6 en Triumph 2000/2500 te ontwikkelen. Men koos voor een auto met een grote achterklep. David Bache, die later ook de Austin Metro en Maestro zou tekenen, leidde designteam en liet zich inspireren door de Ferrari Daytona en een studiemodel van Pininfarina uit de late zestiger jaren voor de Austin 1800, dat later ook zou leiden tot de Citroën CX. Charles Spencer King was verantwoordelijk voor de techniek. Beide mannen hadden eerder al samengewerkt bij de ontwikkeling van de Range Rover. In eerste instantie werd intern gesproken over project RT1 (Rover Triumph Nr. 1), later werd dit SD1 (Special Division Nr. 1) omdat Rover en Triumph de nieuwe Special Division binnen British Leyland vormden.

Symmetrisch dashboard
Concurrentie voor de 4,70 meter lange SD1 kwam vooral van de BMW 5 Serie en Citroën CX. Rover wilde de auto tegen een gunstige prijs aan kunnen bieden en zag daarom af van de omslachtige techniek van de P6, zijn voorganger. De DeDion-achteras met schijfremmen moest wijken voor een starre as met trommels. Ook de onconventionele vooras van P6 met horizontaal geplaatste schroefveren keerde niet terug. Rovers nieuwe model kreeg minder plaats rovende McPherson veerbenen. Men wist dat de autopers ongetwijfeld een technisch hoogstandje zou verwachten, maar in de ogen van het Rover-management zouden de uiteindelijke kopers ook genoegen nemen met een eenvoudigere setup als dat tot goede resultaten zou leiden. Om de auto zonder grote aanpassingen zowel met het stuur links als rechts te kunnen bouwen is er een volledig symmetrisch dashboard ontwikkeld. De uitsparing voor de stuurkolom werd aan de kant van de passagier als ventilatierooster gebruikt.

In juni 1976 werd de productieversie van de SD1 voorgesteld met een 157 pk sterke 3,5-liter V8 voorzien van elektronische Lucas ontsteking. Dit blok was een gemoderniseerde versie van de machine die dienst deed in de Rover P6. De pers was zeer positief over de Rover 3500 en de auto werd zelfs verkozen tot Auto van het Jaar 1977. Na anderhalf jaar verschenen de 2,3- en 2,6-liter zescilinders (123 en 135 pk) en de sportief uitgedoste V8-S. De SD1 werd samen met Triumph TR7 in de Rover-fabriek in Solihull gebouwd. Modernisering van de faciliteit leidde echter niet tot een betere kwaliteit. Kort gezegd: de SD1 was van bedroevend slechte kwaliteit. Motorschades, lakproblemen, elektronische storingen, alles wat je kunt verzinnen was mis met de auto. In 1980 kreeg Rover een typetoelating voor de SD1 in Amerika. Na tien jaar was het Britse merk eindelijk weer terug in de VS. Een succes werd hen echter niet gegund, er zijn slechts 800 exemplaren van de Rover 3500 verkocht.

Stationwagon niet in productie
Vanaf 1981 gebouwd is de SD1 gebouwd in de Morris-fabriek in Cowley. Solihull werd gebruikt voor Land Rover. Op dat moment vond er ook een facelift plaats. De auto kreeg wat uiterlijke aanpassingen en een ander dashboard. Bovendien verschenen de 2,0-liter viercilinder met 101 pk en de 91 pk leverende 2,4-liter turbodiesel van het Italiaanse VM Motori. De sportieve V8-S werd vervangen door de Vitesse met 193 pk, de luxueuze V8-variant kreeg de naam Vandenplas EFi. Van de SD1 is nooit een stationwagon in productie gegaan, al ging dit idee wel door de hoofden van de ingenieurs. Enkele prototypes getuigen hiervan. In de herfst van 1986 is de SD1 na 296.169 stuks opgevolgd door de Rover 800-serie met onderhuids Honda-techniek. De laatste modeljaren schrapte Rover vanwege de teruglopende verkoopcijfers diverse uitvoeringen uit het gamma. Korte tijd is de auto nog in India gebouwd met meer bodemvrijheid als Standard 2000.

Modellen
Rover 2000
Rover 2300
Rover 2300 S
Rover 2300 SE
Rover 2400 SD Turbo
Rover 2600
Rover 2600 S
Rover 2600 SE
Rover 2600 Vanden Plas
Rover 3500
Rover 3500 SE
Rover 3500 Vanden Plas
Rover 3500 Vanden Plas EFi
Rover V8-S
Rover Vitesse

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Rover SD1 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 20 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn