General Motors bouwde Opel Speedster bij Lotus

General Motors bouwde Opel Speedster bij Lotus
Vanwege de steeds strenger wordende regels rondom crashbestendigheid zat het Britse Lotus eind jaren negentig in zijn maag met de Elise. De roadster was niet met beperkte middelen aan te passen aan de tand des tijds. In oktober 1999 sloot men daarom een deal met General Motors om gezamenlijk twee nieuwe sportauto’s te ontwikkelen. Onderdeel van de overeenkomst was dat beide auto’s bij Lotus in Hethel gebouwd zouden gaan worden.

De achterwielaangedreven roadster van General Motors, die intern Lotus Type 116 heette, en de tweede generatie Elise stonden op hetzelfde aluminium chassis en zijn vrijwel gelijktijdig geïntroduceerd. In maart 2001 verscheen de 3,79 meter lange, 1,71 meter brede en 1,12 meter lage Opel Speedster op de markt, in Engeland onder de noemer Vauxhall VX 220. Waar de Elise werd voortgestuwd door een motor van Toyota, monteerde General Motors een eigen machine. De midscheeps geplaatste 2.2i-16V (Z22SE) was enkele maanden eerder aan het programma van de Astra, Vectra en Zafira toegevoegd. Het onderstel was voor en achter voorzien van onafhankelijke wielophanging en 63 procent van het gewicht van de 870 kilo lichte Speedster drukte op de achteras.

Smalle voorbanden
Voor een hoge stijfheid van het chassis koos men ervoor het geheel niet te lassen, maar te schroeven, nieten en lijmen. De met glasvezelversterkte kunststof carrosserie is niet zelfdragend uitgevoerd, de bodem helemaal glad en de Speedster kreeg slechts een stoffen dakje voor noodgeval. Als optie was er een kunststof hardtop leverbaar. Het weggedrag van de Speedster wist te verrassen met zijn makkelijk uitbrekende achterkant. Om dit nog enigszins binnen de perken te houden kreeg de auto relatief smalle banden op de vooras aangemeten (175/55 R17), achter was beduidend breder rubber gemonteerd (225/45 R17). Testverslagen van de eerste ritten met de Speedster spraken over een spartaans, kartachtig en snel rijijzer waarin je alle oneffenheden in het wegdek voelde.

Het uitrustingsniveau was bewust erg spartaans om geen afbreuk te doen aan het rijgevoel. Alleen een bestuurdersairbag en ABS werden gemonteerd, tractiecontrole en stuurbekrachtiging zijn achterwege gelaten. Over het bij een sportieve roadster zo belangrijke uitlaatgeluid was men minder te spreken. De atmosferische motor liet nauwelijks van zich horen. Met 147 pk en 203 Nm was hij wel in staat om tot aansprekende prestaties te komen. Een topsnelheid van 217 km/h en een sprint van 0-100 km/h in slechts 5,7 seconden behoorden tot de mogelijkheden. Logischerwijs scoorde de Speedster bij het journaille weinig punten voor zijn praktische gebruiksmogelijkheden, maar de bagageruimte van 206 liter werd desondanks als voldoende beschouwd.

200 pk turbomotor
In 2003 schoof General Motors de Speedster 2.0 Turbo en Vauxhall VX 220 Turbo naar voren. Het Z20LET-blok met 200 pk en 250 Nm was afkomstig uit de Astra en Zafira OPC en zorgde voor een gewichtstoename van 50 kilo. Met 200 pk op 930 kilo spraken de prestaties echter nog altijd tot de verbeelding. Een topsnelheid van 243 km/h en een acceleratie van 0-100 km/h in slechts 4,9 seconden zijn ook vandaag de dag nog geweldig. Vauxhall heeft in 2003 in een oplage van 65 stuks de VXR 220 met 220 pk en 285 Nm geleverd. Deze uitvoering heeft speciale kuipstoelen, semi-slicks van Yokohama, een aangepast ABS en als optie Öhlins schokdempers. Opel kwam in datzelfde jaar met 80 stuks van de Speedster Turbo Scorpions ter ere van het optreden in Rüsselsheim van de gelijknamige muziekband uit Hannover. Kopers kregen bij de auto’s zelfs een elektrische gitaar van Gibson geleverd. General Motors heeft nog geprobeerd de Speedster onder de merknaam Daewoo in Zuid-Korea te verkopen. Verder dan een showexemplaar op de luchthaven van Seoul is dat echter nooit gekomen.

De schatting om tot 10.000 exemplaren van de Speedster en VX 220 te komen zijn helaas nooit uitgekomen. Vanaf het voorjaar van 2001 tot de zomer van 2005 zijn er welgeteld 7.207 auto’s gebouwd. In Nederland zijn er precies 187 stuks verkocht, met het grootste aantal (83x) in startjaar 2001. Met respectievelijk 24 en 23 verkopen in 2002 en 2003 kon de Speedster geen potten breken, maar in 2004 wisten dankzij de komst van de turbomotor 50 klanten de showroom met hun nieuwe speeltje te verlaten. Het laatste jaar was met slechts zeven nieuw geleverde Speedsters het dieptepunt van zijn carrière in ons land.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Opel Speedster op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn