Complete volksstammen hunkeren naar Alfa Romeo 33

Complete volksstammen hunkeren naar Alfa Romeo 33
Waarschijnlijk heeft geen enkele vijfdeurs hatchback of stationwagon uit het C-segment zoveel fans als de Alfa Romeo 33. Complete volksstammen hunkeren 20 jaar nadat de laatste 33 in Pomigliano d’Arco de fabriek verliet zelfs naar de basisuitvoering. Een Volkswagen Golf met 60 pk krijgt dat niet voor elkaar. Ik ben in de geschiedenis van de 33 gedoken en nog enthousiaster geworden dan ik al was.

In 1983 moet het roer om bij Alfa Romeo. Het Italiaanse merk wil af van het slechte imago dat de Alfasud heeft achtergelaten. Die auto mag dan wel de meest verkochte Alfa Romeo ooit zijn, maar zijn naam staat bij velen synoniem voor roest. Sportiviteit stond hoog in het vaandel bij de ontwikkeling van de 33, die zijn naam ontleende de succesvolle raceauto’s Alfa Romeo Tipo 33/2, 33TT/12 (Telaio Tubolare, buizenframe) en 33 Stradale. Ermanno Cressoni van Alfa Romeo’s Centro Stile stond garant voor het ontwerp van de 33 en alles werd in werking gesteld om de kwaliteit van de auto te waarborgen. Productierobots en goed opgeleide medewerkers moesten zorgen dat de 33, intern type 905 genoemd, een kwaliteitsproduct zou worden.

Lifestyle stationwagon
Technisch was de in juni 1983 gepresenteerde 33 een geëvolueerde versie van de Alfasud, maar in de loop der jaren werd de auto grondig gemoderniseerd. In eerste instantie werden de boxermotoren uit de ‘Sud’ ongewijzigd overgenomen. Alleen het onderstel en de remmen werden gemodificeerd. Onder de naam Giardinetta verscheen in januari 1984 een lifestyle stationwagon die ontworpen was door Pininfarina. Door zijn langere laadvloer was hij praktischer dan de hatchback, maar zoals het Alfa Romeo betaamt stond het design voorop. In het voorjaar van 1986 kreeg de 33 zijn eerste facelift. Niet alleen optisch, maar ook technische werden diverse zaken aangepakt. Het uiterlijk kreeg een nieuwe grille en andere bumpers, terwijl de binnenkant voorzien werd van een overzichtelijker dashboard, een ander stuur en betere stoelen. Misschien nog wel belangrijker was de update van de motoren, remmen en het ventilatiesysteem. Vanaf april 1988 werd de 33 Giardinetta omgedoopt tot Sport Wagon, kregen alle modellen een nieuwe grille en dronken de motoren loodvrije benzine.

Quadrifoglio Verde
Voor ieder wat wils, was het motto van Alfa Romeo. Het motorenaanbod voor de 33 was dan ook erg uitgebreid. In Italië begon het met een 1,2-liter met 68 pk, in andere landen was de 1,3-liter met 79 pk de instapversie. Wie extra power wilde was aangewezen op de 1,5-liter met 84 pk die er ook met vierwielaandrijving was. Vanaf 1984 monteerde Alfa Romeo een dubbele carburateur waardoor de 33 1.3 86 pk en de 1.5 95 pk leverde. Tevens verscheen de sportieve Quadrifoglio Verde-uitvoering met 105 pk. Bij de facelift in 1986 werden de motor niet vernieuwd, maar werd de 33 1.5 met 105 pk ook als 4×4 leverbaar. Daarnaast kreeg de Quadrifoglio Verde een 1,7-liter met 114 pk. Tussen 1986 en 1988 was er alleen in Italië een driecilinder 1.8 turbodiesel met 72 pk leverbaar. De eerste injectiemotor verscheen in 1988 in de vorm van de 107 pk sterke 1.7 i.e. die voor de 33 Sport Wagon ook gecombineerd kon worden met 4×4.

Nieuwe motoren
Onder de code 907 maakte in 1990 de Nuova 33 zijn opwachting. Om de strijd met de concurrentie niet te verliezen werd Walter de’Silva, die jaren later ook de Alfa Romeo 156 zou tekenen, gevraagd om de 33 een nieuwe look te geven. De auto oogde met zijn schuine neus duidelijk moderner en had net als de 164 een doorlopende lichtband in de achterklep. Ook het interieur was totaal anders dan dat van zijn voorganger en zelfs stuurbekrachtiging, ABS en airco behoorden tot de mogelijkheden. Alfa Romeo investeerde voor de nieuwe 33 flink in een vernieuwd motorengamma. Net als bij de eerste 33 was de 1,2-liter met nu 77 pk alleen in Italië leverbaar. De 33 1.3 (86 pk), 1.5 (105 pk) en 1.7 i.e. (107 pk, ook met 4×4) stonden in heel Europa in de prijslijst. Voor het eerst was er ook een 1,7-liter zestienklepper met 133 pk die tevens gecombineerd kon worden met vierwielaandrijving. Wederom was de 1.8 turbodiesel, door toepassing van een intercooler en een verhoogde turbodruk nu 84 pk sterk, alleen in Italië leverbaar. In 1991 gaf Alfa Romeo de 33 1.3 en 1.5 een injectiesysteem waardoor de motoren respectievelijk 90 en 97 pk leverden.

Opvolgers minder karakteristiek
Ondanks dat het kwaliteitsniveau van de 33 op een hoger plan stond dan dat van de Alfasud, was het nog altijd geen betrouwbare metgezel. Roest bleef een zwak punt en elektronische storingen waren aan de orde van de dag. Liefhebbers van de geweldige rijeigenschappen bedekken dit met de mantel der liefde. Alfa Romeo was inmiddels onderdeel van de Fiat-groep en de opvolger van de 33 moest op het onderstel van de Fiat Tipo komen te staan. Tot grote teleurstelling van de Alfa Romeo-fans verdween bij de nieuwe 145 en 146 langzamerhand het specifieke rijkarakter waar de auto’s van het Italiaanse merk om geroemd werden.
Na 866.958 hatchbacks en 122.366 Giardinetta’s/Sport Wagons verliet in de herfst van 1994 de allerlaatste 33 de fabriek. Om nu nog ergens een goede 33 te vinden moet je geduld hebben en goed zoeken. Italië is het land waar je zijn moet, maar ook daar stijgen de prijzen voor puntgave exemplaren. Heb jij ook een Alfa Romeo 33 gehad, of nog steeds in je bezit? Vertel ons je verhaal!

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto's van de Alfa Romeo 33 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn