Alfa Romeo 164 deelde zijn genen met drie andere auto's

Alfa Romeo 164 deelde zijn genen met drie andere auto's
Met de 164 was Alfa Romeo tien jaar lang vertegenwoordigd in de hogere middenklasse. Met de betrouwbaarheid was het niet best gesteld, maar het was een echte Italiaan. Halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw was Alfa Romeo een Italiaans staatsbedrijf dat in financiële crisis verkeerde. Samen met Fiat, Lancia en Saab zijn onder de naam ‘Projekt Tipo 4’ respectievelijk de 164, Croma, Thema en 9000 ontwikkeld. Alle vier de auto’s hadden dezelfde bodemgroep. Pininfarina was verantwoordelijk voor het design van de eerste grote Alfa met voorwielaandrijving.

Alfa Romeo presenteerde de 164 in 1987 op de IAA in Frankfurt. Omdat de Italianen eerst alle kinderziektes uit de auto wilden hebben, kwam de levering pas in 1988 op gang. Klanten hadden de keuze uit een 2.0 T.Spark, 3.0 V6 en de 2.5 TD. In Italië is er korte tijd ook nog een 2.0 Turbo leverbaar geweest. Alle modellen hadden een handgeschakelde vijfbak, vanaf 1989 was de 3.0 V6 er ook met een viertraps automaat. In de zomer van 1990 kreeg de 164 zijn eerste facelift. Omdat er veel klachten waren over de besturing en de stabiliteit werd de auto op dit punt grondig aangepakt. Het interieur werd hier en daar wat opgepoetst, maar belangrijker: de carrosserie werd volledig in plaats van deels verzinkt. In de herfst van 1990 verscheen de 164 Quadrifoglio Verde (QV) met een 200 pk sterke 3.0 V6-motor.

Houten stuurwiel
Eind 1992 kwam de 164 Super met 3.0 V6 24V-motor in het programma. Deze uitvoering is te herkennen aan andere koplampen en bumpers. Het interieur heeft een afwijkende middenconsole en als optie was er een bestuurdersairbag leverbaar. Eind 1993 werd 164 Quadrifoglio Verde vervangen door de Q4 met vierwielaandrijving en een handgeschakelde zesbak. Vanaf 1994 waren de 2.0 T.Spark en de 2.5 TD ook leverbaar als Super. Deze versies hadden standaard sportstoelen en een houten stuurwiel. Medio 1997 werd de productie van de 164 na meer dan 273.000 exemplaren gestaakt. Een jaar later debuteerde zijn opvolger in de vorm van de Alfa 166.

Laat ik vooropstellen dat de 164 een liefhebbersauto is. Fans weten dat deze auto nooit helemaal perfect functioneert. Toch kun je er een leuke auto hebben als je een goed onderhouden exemplaar vindt. De auto stuurt precies en de motoren zijn lekker pittig. Op het comfort van een limousine hoef je echter niet te rekenen. Geheel in lijn met het sportieve karakter van Alfa Romeo is de 164 vrij stug geveerd. Calculeer ook flinke brandstofrekeningen in, zuinig zijn geen van alle motoren. Om alle pijnpunten van de 164 op te noemen kom ik hier ruimte te kort. Het belangrijkste is dat de onderhoudshistorie van de auto bekend is. De latere bouwjaren zijn technisch het beste en hoe minder kilometers, hoe beter. Omdat er al veel 164’s gesloopt zijn, zit het met de onderdelenvoorziening wel snor. Originele componenten die je bij de dealer haalt kunnen erg duur zijn.

Elektrische problemen
Roestproblemen vind je alleen bij de allereerste 164’s. Soms zijn de veerschotels aangetast door het bruine spook. Alle motoren moeten behoedzaam warm gereden worden, maar zijn over het algemeen vrij betrouwbaar. De tandriemen van de V6 moeten elke 60.000 kilometer vervangen worden. Olielekkage is een bekend verschijnsel, net als lekkende waterpompen bij vroege modellen. Het elektrische systeem van de 164 is niet te vertrouwen. Elektrische ramen die niet opengaan en chaotisch knipperende controlelampjes zijn aan de orde van de dag. Ook de remmen en draagarmrubbers hebben vaak aandacht nodig. Helaas staan er in Nederland weinig 164’s te koop. Voor echt goede exemplaren is het verstandig om de grens over te gaan. In Duitsland is het aanbod ook niet overweldigend, meer keuze heb je in thuisland Italië.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Alfa Romeo 164 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn