R4 eerste voorwielaandrijver van Renault

R4 eerste voorwielaandrijver van Renault
De Renault 4 was de eerste voorwielaangedreven personenauto van Renault en werd gebouwd tussen 1961 en 1992. In Frankrijk spreekt men van de 4L ( “Quatrelle”), wat “4 vleugels” betekent. In 1948 kwam Renaults grote concurrent Citroën met de Deux Chevaux (de Lelijke Eend) op de markt. Renault moest hierop reageren, maar kon ondertussen ook mooi de sterke en zwakke kanten van de 2CV bestuderen. In het voorjaar van 1956 startte Renault-directeur Pierre Dreyfus een project voor een auto die groter zou zijn dan de Eend en die bovendien meer geschikt zou zijn voor gebruik in de stad.

Pas in 1961 werd de Renault 4 gepresenteerd op de Autosalon van Parijs in de Luxe (L) versie, vandaar de in Frankrijk gangbare naam 4L. De carrosserie was geschroefd op een chassis dat de kans liep te verbuigen als de carrosserie werd verwijderd. De Renault 4 had rondom onafhankelijke wielophanging en comfortabele torsiestaafvering. De Renault 4 kreeg niet de cultstatus die de Citroën 2CV wel heeft, waarschijnlijk omdat deze laatste de meest succesvolle Franse auto aller tijden was. De Renault was zo algemeen, dat velen het geen bewaarobject vonden. Pas de laatste jaren neemt de vraag naar de Renault 4 toe. In Nederland was de R4 te koop tot 1986, maar productie ging in onder andere Joegoslavië door tot in 1992. Er werden in totaal meer dan acht miljoen exemplaren geproduceerd. Ondanks zijn lange productietijd, werd er weinig veranderd aan het uiterlijk.

Schakelpook in het dashboard
In 1967 wordt de verchroomde grille vervangen door een aluminium exemplaar. De eerste motor had een cilinderinhoud van 747 cc, vanaf 1963 werd deze vergroot tot 845 cc. Vanaf modeljaar 1978 werd ook een versie met een 1.108 cc-motor geleverd. Na verloop van tijd werd de aluminium grille vervangen door kunststof. In dertig jaar zijn drie verschillende types dashboard gebruikt. Veranderingen aan het plaatwerk waren er nauwelijks: de motorkap werd ietsje veranderd op versies met de 1.108cc-motor, en de bovenste deurscharnieren werden van buiten naar binnen verplaatst. De bumpers zijn vanaf 1967 altijd hetzelfde gebleven. De schakelpook onderscheidt de Renault 4 van andere auto’s, omdat deze niet op de vloer, maar in het dashboard zit. Het ontwerp was afgekeken van de Citroën 2CV, en het resultaat was een vlakke vloer, met meer ruimte. De pook ging door het dashboard, over de motor en de radiateur naar de versnellingsbak, voorin de motorruimte.

Uitzwaaien
Van de Renault 4 verschenen veel speciale edities. Sommige (zoals de Safari, Sixties en Jogging) hadden speciale kleurschema’s en bekledingen, terwijl andere (Savane en Clan) niets anders waren dan een standaardmodel met wat extra stickers. Vaak wordt gezegd dat regels rondom de uitstoot van uitlaatgassen en de veiligheidswetgeving de Renault 4 de das om hebben gedaan. Maar achterhaalde productiemethoden en fellere concurrentie zorgden ervoor dat de dagen van de Renault 4 sowieso geteld waren. De laatste 1.000 Renault 4’s vormden de “Bye-Bye” serie, waarbij elke auto werd voorzien van een nummer, dat terugtelde tot 1. Deze serie werd alleen in Frankrijk verkocht.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Renault 4 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn