Concept Citroën XM keerde nooit meer terug

Concept Citroën XM keerde nooit meer terug
De XM was tussen 1989 en 2000 het vlaggenschip van Citroën en stond als Berline en Break in de prijslijst. Na de XM is er volgens de liefhebbers nooit meer een Citroën geweest als deze. De XM Limousine werd in 1989 op de IAA in Frankfurt geïntroduceerd en gebouwd in het Franse Rennes. Bij carrosseriebouwer Heuliez werd vanaf de herfst van 1991 de Break geproduceerd. Net als de DS, GS en CX had de XM hydropneumatische vering, nu onder de naam Hydractive. Hiermee was de XM de eerste in serie geproduceerde personenauto met een elektronisch regelbaar onderstel.

PSA’s (Peugeot Citroën) designafdeling en Bertone stonden samen garant voor het ontwerp van de XM. Zeer herkenbaar is de carrosserielijn die doet denken aan de SM uit de jaren ’70. In 1990 werd de XM gekozen tot Auto van het Jaar en in 1991 en 1992 kozen de lezers van het Duitse autotijdschrift Auto Motor und Sport de wagen tot ‘beste importauto in zijn klasse’. De eerste XM (productiecode Y3) is vanaf mei 1989 tot juli 1994 gebouwd.

Dubbele achterruit
De tweede serie (Y4) liep van augustus 1994 tot oktober 2000 van de band. Aan de andere achterspoiler en het in het midden van de neus geplaatste Citroën-logo kun je de Y4 herkennen. Bij de Y3 zit de ‘Doubele Chevron’ links op de voorplecht. Opvallend detail is de dubbele achterruit van de luxe uitvoeringen van de XM Limousine. Deze moest de achterpassagiers uit de wind houden bij geopende achterklep. Na 1992 zakten de verkoopaantallen wegens elektronische problemen. Het elektronische systeem is door Citroën diverse malen verbeterd. Het Hydractive II-onderstel van de tweede generatie XM (Y4) is vrij betrouwbaar. Desondanks was het imago van de XM niet meer te redden, wat tot uitdrukking kwam in de verkoopcijfers.

Hoge kilometerstanden
De eerste XM was leverbaar met een 2.0 injectiemotor met 121 pk en als 2.0 Turbo C.T. (Constant Torque) met 141 pk. Daarnaast was er een 3.0 V6 met 170 en 200 pk. Dieselen kon met de 2.1D (82 pk), de 2.1 Turbo D (110 pk) en de 2.5 Turbo D (129 pk). Voor de tweede generatie was er een 2.0i-16V (132 pk), een 2.0 Turbo C.T. (147 pk) en een 3.0 V6 (167 en 200 pk). De 2.1 Turbo D leverde 109 pk en de 2.5 Turbo D was goed voor 129 pk. De dieselmotoren zijn robuust en kunnen hoge kilometerstanden aan. Na 300.000 exemplaren is de productie van de XM in de herfst van 2000 stopgezet. In ons land zijn er tussen mei 1989 eind 2000 om precies te zijn 13.992 XM’s verkocht. De C5 volgde hem in 2002 op, maar stond eigenlijk wat lager in de markt. In 2006 was daar de C6 waarmee Citroën weer een vlaggenschip in de gelederen had.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Citroën XM op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn