Ford Cougar: Amerikaans-Duitse mengelmoes

Ford Cougar: Amerikaans-Duitse mengelmoes
Ford heeft een lange geschiedenis op het gebied van sportieve coupé’s. Autofreaks weten namen als Capri en Mustang op waarde te schatten, maar modellen uit de jaren ’90, zoals de Probe en de Puma, zijn nog niet op dat niveau beland. Datzelfde geldt voor de Cougar die in Amerika niet als Ford, maar als Mercury door het leven ging.

Op de IAA in Frankfurt in september 1997 presenteerde Ford de Mercury MC2 conceptcar. Hieruit is de 4,70 meter lange Cougar ontstaan, een coupé op basis van de Mondeo (in Amerika: Contour) die gezien kan worden als de opvolger van de in Europa matig succesvolle Probe. Als Mercury kwam de Cougar in Michigan ter wereld, de Europese versie werd gebouwd in het Duitse Keulen en het Britse Dunton. Vanaf 7 mei 1998 was de auto te bestellen voor Amerikaanse klanten, in Europa openden de orderboeken op 24 oktober van dat jaar.

Lekker cruisen
Ford leverde als instapmodel een viercilinder 2.0i-16V Zetec-motor met 130 pk, 176 Nm en een handgeschakelde vijfbak (MTX75). Met deze motor in het vooronder sprintte de 1.291 kilo zware Cougar in 10,3 seconden naar 100 kilometer per uur en bereikte hij een topsnelheid van 209 kilometer per uur. Op het eerste gezicht aardige prestaties, maar de motor uit de Mondeo is geen sportieveling. Ook met de 2.5i V6-24V Duratec-motor wordt de Cougar geen scheurijzer, maar het karakter van de zescilinder past beter bij de auto dan dat van de vierpitter. Met 170 pk en 220 Nm is het lekker cruisen en een tikje op het gaspedaal is al voldoende om te versnellen. Boven de 3.500 toeren springt het inlaatkanaal in de sportieve stand en trekt de motor er onder begeleiding van een jankend V6-geluid steeds harder aan. Met een topsnelheid van 225 kilometer per uur kom je op de Autobahn goed mee en bij het verkeerslicht sla je met een sprint van 0 naar 100 kilometer per uur in 8,6 seconden geen modderfiguur. Als optie leverde Ford de Cougar V6 ook met een viertraps automaat (CD4E).

In september 1999 stond op de IAA in Frankfurt de Cougar ST200 te glimmen. Alle voorbereidingen voor de marktintroductie waren gereed en zelfs de brochures waren al gedrukt, maar op het laatste moment besloot Ford de auto niet te produceren. Mocht je nu nog een Cougar ST200 tegenkomen, dan is deze door een handige doe-het-zelver voorzien van de 205 pk en 235 Nm sterke motor uit de Mondeo ST200. Begin 2001 werd de Cougar gefacelift. Dit model met nieuwe lichtunits en een gemoderniseerd interieur is echter nooit in Nederland geleverd. Toen eind 2000 de derde generatie Mondeo werd geïntroduceerd verdween de Cougar uit de prijslijst. Na 233.224 auto’s stopte de productie op 30 augustus 2002.

Zware achterklep
Omdat de Cougar gebaseerd is op de Mondeo is de auto technisch erg betrouwbaar. Let bij aankoop wel op enkele zwakke punten zoals speling op de besturing, motorolielekkage en beslagen koplampen. De viercilinders kampen regelmatig met een lekke cilinderkop en vervang de distributieriem liever elke 8 jaar of 100.000 kilometer. Ford geeft een termijn van 10 jaar en 150.000 kilometer op, maar in de praktijk is gebleken dat de riem eerder dan verwacht kan breken. Door de zware achterklep geven de gasveren het eerder dan gemiddeld op.

Bij de Cougar met V6-motor, deze heeft overigens een onderhoudsvrije distributieketting, wil de IMRC (Intake Manifold Runner Control) nog wel eens defect zijn. Dit is de regelaar die de sportieve stand van het inlaatkanaal activeert. Bij snel optrekken moet er een klein schokje voelbaar zijn als de motor voorbij de 3.500 toeren per minuut gaat. Typisch voor de Cougar is ook roest bij de voorste rand van de motorkap en aan de achteras. Af-fabriek werd de auto geleverd met 215/50R16-banden. Deze zijn echter nauwelijks meer verkrijgbaar. Veel auto’s staan daarom al op rubber in de maat 205/55R16.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Ford Cougar op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 22 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn