Eerste Clio startsein nieuwe generatie Renaults

Eerste Clio startsein nieuwe generatie Renaults
Zelfbewust presenteerde Renault in september 1990 op de Autosalon van Parijs de Clio. Een vlot ogende compacte auto waarmee de Fransen de Europese en Japanse concurrentie te lijf wilden gaan. De door Patrick Le Quement ontworpen Clio is voortgekomen uit een nieuwe aanpak, het startsein voor een generatie Renaults die nieuwe trends moesten zetten op het gebied van comfort, design, prestaties en rijgenot.

Renault heeft altijd een zwak gehad voor de compacte stadsauto. Toen nog geen andere autofabrikant aandacht schonk aan dit segment wist de Franse autoproducent al een aanzienlijk marktaandeel op te bouwen. Denk maar eens aan de succesvolle Renault 4 en 5. Renault werkte 54 maanden aan het concept van de Clio. De fabrikant spaarde kosten noch moeite om een trendsetter te ontwikkelen waaraan de concurrentie zich zou moeten spiegelen. Marktonderzoek leerde dat de Clio een ‘lifestyle’-auto moest worden waarin naast functionaliteit ook ruimte moest zijn voor een vlot design.

Roest vaarwel gezegd
Onderhuids heeft Renault met behulp van computerberekeningen de structuur van de carrosserie naar eigen zeggen optimale stijfheid gegeven. Ook de vermindering van het aantal plaatwerkdelen heeft daar aanzienlijk aan bijgedragen, net als de vermindering van het aantal puntlassen. Het woord roest werd vaarwel gezegd door de carrosserie een intensieve oppervlaktebehandeling te geven. Het kenmerkende comfort-niveau van Renault was ook bij de eerste generatie Clio aanwezig. Ten opzichte van zijn concurrenten dichtte de pers de compacte Fransman goede langeafstandskwaliteiten toe.

De basis van het onderstel was nog gebaseerd op dat van de Renault 5, maar onder andere een hydraulische motorsteun, een pendelophanging van de motor en een forse reactiestang verminderden de trillingen aan boord. Bij de ontwikkeling van de Clio is er ook goed gekeken naar de actieve en passieve veiligheid. Door het gebruik van dikker plaatstaal waren de passagiers aanzienlijk beter beschermd tegen onheil van buitenaf dan bij de Renault 5. De eerste Clio werd op vier plaatsen in Europa gebouwd. In het Franse Flins, de hoofdfabriek, rolden elke dag 1.550 auto’s van de band, in het Belgische Vilvoorde waren dat er 500. In Zuid-Europa verlieten elke dag 650 Clio’s de fabriek in Valladolid (Spanje) en in Setubal (Portugal) waren dit er 150 stuks.

Auto van het Jaar
Met het binnenhalen van de titel ‘Auto van het Jaar 1991’ heeft de Clio de hoogste onderscheiding gekregen die er in autoland denkbaar is. De Clio was de derde Renault die deze titel in de wacht sleepte. In 1966 was het de Renault 16 die met de eer ging strijken, terwijl de Renault 9 in 1982 als winnaar werd bekroond. De Clio verwierf in totaal 312 punten, waardoor het verschil met de als tweede geëindigde Nissan Primera (258 punten) groter was dan verwacht. De juryleden waardeerden de Clio onder meer op de punten binnenruimte, rijcomfort, zuinigheid, bouwkwaliteit en rijeigenschappen.

Renault leverde de Clio bij zijn introductie in drie uitrustingsniveau’s. Het instapmodel, de Clio RL, was voorzien van twee van binnenuit verstelbare spiegels en een neerklapbare achterbank. Als optie kon je kiezen voor getint glas en een achterruitenwisser. De Clio RN was het meest populair, deze had tevens stootstrips, wieldoppen, ruitenwissers met interval en een achterruitenwisser aan boord. De optielijst bestond uit elektrische ramen, stuurbekrachtiging en een deelbare achterbank. Voor de meest veeleisende klanten was er de Clio RT met centrale deurvergrendeling, een deelbare achterbank, veloursbekleding, een oliepeilmeter, mistlampen en een toerenteller. Tegen meerprijs waren lichtmetalen wielen, een schuifdak en ABS leverbaar.

Vlotte 1.4-motor
Onder de motorkap monteerde Renault een 1.2 en 1.4 benzinemotor uit de nieuwe Energy-generatie. De 1.2 (E7F) was een verkleinde versie van de 1.4 (E7J) uit de Renault 19. Voor een zo gunstig mogelijk brandstofverbruik waren de motoren voorzien van half bolvormige verbrandingskamers met centraal geplaatste bougies en elektronische monopoint inspuiting. Dat maakte de inbouw van een Lambdasonde met geregelde drieweg katalysator mogelijk. Daarnaast werd er een thermostatisch bediende luchtfilterklep en verwarming van het inlaatspruitstuk gemonteerd waardoor de motor sneller op bedrijfstemperatuur was. De 1.2 leverde 60 pk, haalde een topsnelheid van 155 kilometer per uur en sprintte in 16 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur. Klanten met een vlotte rijstijl konden kiezen voor de 80 pk sterke 1.4 die een topsnelheid van 175 kilometer per uur haalde en de standaardsprint in 11,3 seconden afwerkte. De meest veeleisende Clio-bestuurder was er daarnaast nog een 1.8-motor (F3P) uit de Renault 19 en Renault 21 met 95 pk. Voor zijn tijd was dit met een topsnelheid van 185 kilometer per uur en een acceleratie van 0 naar 100 kilometer per uur in 9,9 seconden een erg snelle compacte hatchback.

Zoals het een Frans automerk betaamt was er ook een diesel verkrijgbaar. De 1.9-dieselmotor (F8Q) uit de Clio had 65 pk en was met een topsnelheid van 161 kilometer per uur niet eens zo langzaam als verwacht. Ook een sprint vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur in 14,8 seconden was ten opzichte van de concurrentie niet slecht. Alle Clio’s waren voorzien van een handgeschakelde vijfbak, de 1.4 kon ook geleverd worden met een automaat. Clio’s van de allereerste serie zijn tegenwoordig nauwelijks meer te vinden in het straatbeeld.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Renault Clio op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 23 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn