Alfa Romeo 155 was wennen voor echte Alfisti

Alfa Romeo 155 was wennen voor echte Alfisti
Dat was even wennen voor de echte Alfisti. Begin 1992 kwam Alfa Romeo op de proppen met de opvolger van de 75. Geen achterwielaandrijving meer, wat nu? Op basis van het Tipo 2-platform van moederbedrijf Fiat was een middenklasser ontstaan die zijn motorische krachten via de voorwielen op het wegdek overbracht. Gelukkig kon het design van de intern Type 167 genoemde 155, ontworpen door Ercole Spada van designstudio I.DE.A Institute wel op goedkeuring rekenen.

Met een luchtweerstandscoëfficiënt van 0,29 Cw had Spada bovendien een aerodynamisch geslaagde prestatie geleverd. Overigens stond niet alleen de 155 op het Tipo 2-onderstel, ook diverse Fiats en Lancia’s maakten hiervan gebruik. Denk hierbij aan de Tipo, Tempra en Coupé Fiat. Maar vergeet ook de Lancia Delta en Dedra niet. Tot en met maart 1998 zijn er in het Noord-Italiaanse Arese (regio Lombardije) 192.618 stuks van de 155 van de band gerold. Een half jaar eerder was zijn opvolger in de vorm van de nog altijd geliefde 156 al geïntroduceerd. In zijn thuisland was de 155 erg geliefd, ook bij de politie en belastingdienst.

Vierwielaandrijving
In de eerste jaren was de 155 voorzien van 1.8 en 2.0 Twin Spark-motoren (dubbele bougies) met acht kleppen en een distributieriem. Deze machines stamden in de basis nog af van de aloude Lampredi-motoren van Fiat. Daarnaast was er de 2.5 V6, afgeleid van de drieliter uit de Alfa Romeo 164. In de herfst van 1992 verscheen de 155 Q4 met permanente vierwielaandrijving en drie differentiëlen, dezelfde techniek die ook de Lancia Delta HF Integrale aan boord had. Onder de kap lag een 2.0 16V turbomotor met 190 pk, bovendien had deze uitvoering een verlaagd onderstel en was hij leverbaar met elektronisch geregelde schokdempers. In april 1993 werd het gamma uitgebreid met twee viercilinder turbodieselmotoren, een 1.9 van Fiat en een 2.5 van VM Motori.

Na drie jaar voerden de Italianen een facelift door. De 155 kreeg bredere spatborden, een lichtelijke nosejob, nieuwe motoren en een iets directer afgestelde besturing. Halverwege 1996 zijn de oude achtkleppers vervangen door motoren met dubbel zoveel kleppen en een distributieriem. Voor betere prestaties en een lager verbruik zijn deze blokken uitgevoerd met bougies van verschillend formaat. De 2.5 V6 verdween uit het gamma. De 155 is er nooit als stationwagon (Sportwagon) geweest, maar Sbarro, een Zwitserse auto-ontwerper die ook motorfietsen bouwde, kwam in 1994 op de Autosalon van Genève met een prototype dat was voorzien van een Zender-bodykit. Dit model is nooit in productie gegaan.

Klein aanbod
Anno 2016 is de 155 steeds minder vaak op de weg te zien. Het aanbod occasions is, zeker in ons land, erg klein en naar fraaie exemplaren moet je goed zoeken. Wel is er een groep liefhebbers die de sedan een warm hart toedraagt. In Duitsland is het aanbod niet veel groter en zelfs in Italië vind je de 155 niet op elke straathoek met een verkoopaffiche achter de ruit. In het bestand van de RDW staan nog 478 exemplaren van de 155 geregistreerd, waarvan 197 stuks met een geldige APK. De meest vroege 155 is van mei 1992, de meest recente is pas in juli 1998 op kenteken gezet. Daarbij moet wel worden aangemerkt dat die laatste een geïmporteerd exemplaar is.

Over importeren gesproken: de RDW meldt dat er 32 exemplaren in ons land hier niet nieuw zijn geleverd. Van de auto’s die dat wel zijn, zijn er nog elf stuks bij hun eerste baasje dat nog geen afscheid heeft kunnen nemen. De 1.7, 1.8 en 2.0 Twin Spark motoren komen het meest voor, er staan slechts twee 2.5 TD’s op kenteken. Van de exotische 155 2.5 V6 rijden er op onze wegen nog 48 rond, de vierwielaangedreven Q4 is met 36 stuks nog iets zeldzamer. Ondanks de verandering van achter- naar voorwielaandrijving blijft de 155 voor veel liefhebbers een echte Alfa Romeo. Als je er een te pakken kunt krijgen dan ben je verzekerd van een steeds unieker wordende youngtimer.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Alfa Romeo 155 op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 23 april 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn