De werking van de carburateur

De werking van de carburateur
Hoewel de huidige generatie youngtimers op benzine uit de jaren negentig meestal voorzien zijn van injectiemotoren, was het een decennium eerder nog de carburateur die zorgde dat de machine de juiste mix van lucht en brandstof toegediend kreeg. Hoe werkt dit onderdeel ook alweer? Een korte omschrijving.

De carburateur zorgt voor verneveling van de benzine en de vermenging met lucht voordat het mengsel in de juiste verhouding in de cilinders wordt gezogen. Een carburateur bestaat simpel gezegd uit een in het midden vernauwde buis. Op het moment dat de zuiger omlaag gaat om nieuwe lucht aan te zuigen, wordt dit via de carburateur aangezogen. Bij de versmalling stroomt de lucht sneller, hierdoor zakt de druk en wordt vanuit een opening in de wand van de buis de benzine meegezogen en verneveld in de lucht.

Met een sproeier kan de verhouding benzine/lucht veranderd worden. Een grotere sproeier zorgt voor een groter gaatje voor benzine, dus meer benzine in het mengsel. Met de gasschuif en een gasnaald wordt de hoeveelheid mengsel geregeld. De carburateur is via het luchtfilter verbonden met de luchtinlaat en krijgt benzine toegevoerd door zwaartekracht of door een elektrisch of mechanisch aangedreven brandstofpomp. Het lucht-benzinemengsel verlaat de carburateur via het inlaatspruitstuk langs de inlaatkleppen, om daarna in de cilinders te worden verbrand.

Tekst: Arno Lommers
Dit artikel is gepubliceerd op 24 juli 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn