Dodge Viper is puur op Amerikaanse leest geschoeide sportwagen

Dodge Viper is puur op Amerikaanse leest geschoeide sportwagen
Als een bom sloeg hij begin jaren negentig in, de Dodge Viper RT/10 Roadster. Een enorm heftige, puur op Amerikaanse leest geschoeide sportwagen. Iedereen, vooral wij Europeanen, verbaasde zich over de enorm grote motor. Ook de afgeronde vormen van de carrosserie spraken tot de verbeelding. Na de Ferrari Testarossa was de Viper dan ook de tweede 1:18 modelauto van ondergetekende.

Het idee voor de Viper kwam van Bob Lutz, de toenmalige CEO van Chrysler. Tijdens een filosofisch onderonsje in februari 1988 met twee andere hooggeplaatsten binnen het merk werd dit monster bedacht. Met in het achterhoofd de nagedachtenis van de Shelby Cobra werd de Viper in drie jaar tijd productierijp gemaakt. Begin 1989 toonde Chrysler een prototype van een nieuwe V8-sportwagen op de North American International Auto Show. Het publiek reageerde zo enthousiast dat projectleider Roy Sjoberg de opdracht kreeg een productiemodel te ontwikkelen. Hij selecteerde 85 engineers die onder de naam ‘Team Viper’ in maart 1989 van start gingen en in mei 1990 keurde topman Lee Iacocca de Viper goed.

Zowel op straat als op het circuit
Ondertussen was de V8-motor samen met (destijds dochtermerk) Lamborghini doorontwikkeld tot V10. Bij de Indianapolis 500 race in 1991 gaf de Viper voor het eerst acte de presence als pacecar met achter het stuur niemand minder dan Carroll Shelby. Begin 1992 mochten de eerste Amerikaanse klanten hun Viper RT/10 Roadster in ontvangst nemen. De afkorting RT staat overigens voor Road/Track, dus de auto moest zich zowel op straat als op het circuit thuisvoelen. In 1992 zijn er slechts 285 stuks geproduceerd in de Conner Avenue Assembly te Detroit. Met 1.043 stuks sloot men in 1993 het eerste volledige productiejaar af.

De carrosserie rust op een buizenframewerk met een sterke centrale draagbalk die als ruggengraat dient. Om de van bumper tot bumper 4,45 meter metende Viper relatief licht (1.486 kilo) te houden is de koets grotendeels van met glasvezelversterkte kunststof geproduceerd. Ook heeft de tweezitter geen ramen en dak. Als noodoplossing koos Chrysler voor plastic ruitjes en een softtop die op een nogal rudimentaire manier gemonteerd konden worden. De 7.990 cc grote V10 zorgde voor flink wat druk op de vooras, maar door veel gebruik te maken van aluminium bleef zijn gewicht beperkt tot 323 kilo. De op Amerikaanse leest geschoeide machine heeft slechts een centrale nokkenas en twee kleppen per cilinder. Voor een goede gewichtsverdeling kreeg de accu een plekje in de 334 liter grote kofferbak.

Brede sloffen en extreem verbruik
Heel bewust zagen de Amerikanen af van hulpsystemen als ABS, tractiecontrole en ESP. Voor liefhebbers van een zwiepende kont een uitkomst, voor minder geoefende chauffeurs was het vooral op nat wegdek enorm oppassen. Stuurbekrachtiging is gelukkig wel aanwezig, wat gezien de bandenmaat geen overbodige luxe is. Op de vooras liggen sloffen waarop de maat 275/40 R17 te lezen is, achter is het rubber nog een stukje breder: 335/35 R17. Door de lange verhoudingen van de zesbak (Borg Warner) lag het fabrieksverbruik met 14 liter per 100 kilometer nog niet eens zo extreem hoog. Reken er in de praktijk echter op dat de gigantische motor tussen de 15 en 45 liter nodig heeft. Gelukkig heeft de brandstoftank een inhoud van 83 liter.

Naast de motor met de cilinderinhoud van een vrachtwagen (boring x slag: 101,6 x 98,5 millimeter) zijn de overige specificaties van de Viper RT/10 Roadster net zo indrukwekkend. Wat te denken van 400 pk bij slechts 4.600 toeren en een maximaal koppel van 605 Newtonmeter bij 3.600 omwentelingen. Anno 2016 is een topsnelheid van 266 km/h en een sprint in 4,5 seconden van 0-100 km/h wellicht niet voldoende om bij de snelste sportauto’s aan te sluiten, maar langzaam is anders. De ellenlange versnellingsbakverhoudingen komen ook tot uiting in de tussensprints. Van 80-120 km/h duurt in de vierde en vijfde gang respectievelijk 4,9 en 8,2 seconden. Z’n zes is een pure overdrive waarin dezelfde oefening maar liefst 21,8 seconden in beslag neemt. Theoretisch zou je in de hoogste versnelling dan ook 417 km/h kunnen halen. De topsnelheid van 266 km/h wordt dan ook in vijf bereikt (theoretisch max. 288 km/h).

Twee ton in guldens
Tot het einde van de eerste generatie Viper in 2002 zijn er van jaar tot jaar wijzigingen in het leveringsprogramma doorgevoerd. Naast de komst van de GTS Coupé waren het vooral technische ingrepen (meer vermogen) die de Amerikaanse sportwagen bij de tijd hielden. Er werd een hardtop leverbaar, klanten hadden de mogelijkheid om voor airco en elektrische ramen te kiezen en zelfs ABS werd toegevoegd. In zijn begin jaren vroeg de Nederlandse importeur precies 200.000 gulden voor de Viper, omgerekend 90.750 euro. Vandaag de dag staan er in ons land slechts enkele Vipers RT/10 Roadster van de eerste generatie te koop. Reken op bedragen rond de 40.000 euro. Ook in Duitsland is het aanbod niet overweldigend en gelden ongeveer dezelfde prijzen.

De donkergroene Viper op de foto is op 28 februari 1995 voor het eerst de weg op gegaan en een jaar later in Nederland op kenteken gezet. Met dank aan Guido de Wagt, eigenaar van Autowagt uit het Utrechtse Baambrugge.

Tekst: Arno Lommers

Bekijk meer foto’s van de Dodge Viper op onze Facebook-pagina.
Dit artikel is gepubliceerd op 13 augustus 2016

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn