Alfa Romeo Alfetta vernoemd naar Formule 1-auto

Alfa Romeo Alfetta vernoemd naar Formule 1-auto
Begin jaren ’70 was het bij Alfa Romeo tijd voor een nieuw model als opvolger van de Berlina die sinds 1962 in productie was. De auto kreeg een plek boven de Giulia in het leveringsprogramma en was populair vanwege zijn goede rijeigenschappen en sterke motoren.

De naam Alfetta (kleine Alfa) komt van de Formule 1-auto Alfetta Type 159 waarmee Giuseppe Farina en Juan Manuel Fangio in respectievelijk 1950 en 1951 de eerste plaats haalden. Bertone stond aan de wieg van het ontwerp, maar omdat het tussen Alfa-president Giuseppe Luraghi en Bertone niet boterde werden er tussen 1972 en 1974 logo’s van Centro Stile Alfa Romeo op de auto geplakt.

Tot de komst van de 4,24 meter lange Alfetta was het niet gebruikelijk om in deze klasse voor een Transaxle-bouwwijze met de motor voorin en de versnellingsbak achter te kiezen. Voordelen van deze opstelling zag Alfa Romeo in de ideale gewichtsverdeling van 50:50, meer tractie voor de aangedreven achterwielen en een neutraal bochtgedrag. De voorwielophanging was onafhankelijk (McPherson) en bestond uit dubbele draagarmen met torsiestaven. Achter werd een De-Dion as met schroefveren toegepast die de voordelen van een starre as (goede sporing) en onafhankelijke ophanging (lage onafgeveerde massa en comfort) combineerde.

In maart 1972 startte Alfa Romeo met de Alfetta 1800 die beschikte over een 1.779 cc grote viercilinder benzinemotor met 118 pk. Een basisversie, de Alfetta 1600 met 108 pk volgde in 1975. Voor de echte sportievelingen was het wachten tot 1977 want in dat jaar werd de Alfetta 2000 geïntroduceerd die 130 Italiaanse cavallo vapores (paardenkrachten) paraat had. Voor kilometervreters verscheen in 1979 de Alfetta Turbo Diesel met 82 pk.

Een facelift volgde in 1981 waarbij het exterieur en het interieur grondig werden vernieuwd. De Alfetta groeide met 14 centimeter tot 4,38 meter en werd zo’n 80 kilo zwaarder. Alfa Romeo paste bij dit model niet alleen op de vooras schijfremmen toe, maar ook achter. Aan de basis stond de Alfetta 1.6 met 109 pk, gevolgd door de Alfetta 1.8 (122 pk) en Alfetta 2.0 (130 pk). De laatste was er ook als luxueus uitgeruste Quadrifoglio-uitvoerding. Tevens keerde ook de Alfetta Turbo Diesel terug.

In 1983 voegde Alfa Romeo de Alfetta 2.0i met 130 pk sterke injectiemotor toe en kreeg de Alfetta Turbo Diesel een nieuwe motor met een inhoud van 2,4-liter en een vermogen van 95 pk. Vanaf dat moment waren alle Alfetta’s tevens voorzien van een vijfversnellingsbak. In de herfst van 1984 werd de productie van de Alfetta na 448.117 auto’s gestaakt. Zijn opvolger, de Alfa Romeo 90, stond al te trappelen van ongeduld.

Auto Motor und Sport schreef in 1981 over de Alfetta: “Deze Italiaanse limousine behoort bij veel autodealers tot de winkeldochters en zijn daardoor voor weinig geld te koop. Men krijgt niet alleen een praktische, maar ook speels rijdende auto.” De prestaties, rijeigenschappen en het comfort werden als pluspunten genoemd, terwijl de afwerking en het schakelgedrag minder tot de verbeelding spraken. Qua onderhoud waren het vooral de snel slijtende koppeling en koplampreflectoren en de binnen drie jaar roestende koets opvielen.
Dit artikel is gepubliceerd op 24 juni 2015

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn