Volvo's Power Spilt Hybrid nooit levensvatbaar verklaard

Volvo's Power Spilt Hybrid nooit levensvatbaar verklaard
Hybride auto’s zijn anno 2018 geen bijzonderheid meer, halverwege de jaren ’90 was dat wel anders. Auto’s aangedreven door een combinatie van een verbrandings- en elektromotor vond je niet bij de dealer. Veel proefballonnetjes zijn nooit werkelijkheid geworden, uitgezonderd de Toyota Prius die in 1997 als pionier de wereldmarkt betrad. In Zweden was het Volvo dat in die periode werkte aan een hybride aandrijflijn, maar ook dit project is nooit levensvatbaar verklaard.

Volvo is al sinds de jaren ’70 actief aan het onderzoeken hoe hun auto’s zo efficiënt mogelijk aangedreven kunnen worden. Diverse conceptauto’s en interne studiemodellen hebben het nooit het stadium van serieproductie bereikt, maar de opgedane kennis is wel van pas gekomen bij de aandrijflijnen die Volvo die we vandaag de dag gebruikt.

Samen met Aisin
De tussen 1993 en 1996 ontwikkelde hybride 850 Estate met HEV 98-technologie (Hybrid Electric Vehicle) vond een parkeerplek in de Zweedse vriezer. Net voor de komst van de Toyota Prius in 1997 besloot Volvo een doorstart te maken met project Desiree (Dual Hybrid Electric System for Increased Efficiency and Economy). Er moest in samenwerking met het Japanse Aisin een hybride aandrijflijn komen op een bestaand platform met de techniek uit de 850 Estate als uitgangspunt: een 1,4-liter driecilinder benzinemotor, elektromotor en een accupakket. In het voorjaar van 1999 stond voor Volvo de Autosalon van Genève in het teken van het resultaat: de S40 en V40 Power Split Hybrid.

Power Split Hybrid-techniek combineert de werkwijze van een parallel- en een seriehybride aandrijflijn. Bij een parallel-hybride (Toyota Prius) wordt de auto voornamelijk elektrisch aangedreven. Als de accu leeg is springt de verbrandingsmotor bij. Bij serie-hybrides (Opel Ampera) vormt de verbrandingsmotor de belangrijkste aandrijfbron. Deze drijft een generator aan die het accupakket voorziet van stroom. Volvo’s combinatie van deze twee soorten hybride-aandrijving werkt op lage snelheid of bij afremmen als parallel-hybride en bij accelereren als serie-hybride. Twee katalysatoren zorgen voor zo gunstig mogelijke emissiewaarden. De eerste kat dient voor een snelle opwarming van de uitlaatgassen bij een koude start en de tweede verwerkt de uitlaatgassen die nog niet optimaal zijn gefilterd.

40% besparing
De prestaties van de S/V40 ‘PSH’ liggen ongeveer op het niveau van een normale S/V40 1.8, omdat de 55 kW sterke elektromotor een extra boost geeft. De 56 pk leverende 1,4-liter driepitter zou in zijn eentje de ruim 1.500 kilo wegende auto nauwelijks vooruit krijgen. De topsnelheid is begrensd op zo’n 150 km/h. Sneller kan in theorie wel, zolang de nikkelmetaalhydride accu maar voldoende is opgeladen. En hoe zit het met het brandstofverbruik? Volgens Volvo zou deze vorm van aandrijving ruim 40% benzine besparen, men voorspelde dat de benzinemotor 5,2 liter per 100 kilometer tot zich zou nemen.

Na beëindiging van het project werden de resultaten overhandigd aan de Ford Motor Company waaronder Volvo destijds viel. Ford ontwikkelde de techniek verder om in 2005 de in Amerika gevoerde Escape de eerste hybride SUV te maken. Die auto heeft, zij het met alleen een verbrandingsmotor in Europa als Ford Maverick en Mazda Tribute in de prijslijst gestaan. Na nog enkele brandstofbesparende technieken te hebben onderzocht, inclusief een plug-in hybride V70 en een volledig elektrische C30, verscheen in 2013 met de V60 Plug-In Hybrid eindelijk de eerste in serie geproduceerde Volvo met zowel een brandstofmotor (in dit geval een diesel) als een elektromotor aan boord.

Tekst: Arno Lommers
Dit artikel is gepubliceerd op 2 februari 2018

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn