Alfa Romeo 156 had eindelijk weer een onderscheidend karakter

Alfa Romeo 156 had eindelijk weer een onderscheidend karakter
Nadat Alfa Romeo jarenlang modellen had gemaakt met een te hoog Fiat-gehalte, was de 156 weer een auto die er uitzag als een echte Alfa Romeo met een onderscheidend karakter. De 156 loste in 1997 de 155 af en werd in 1998 met grote voorsprong op de nummer 2, de Volkswagen Golf IV, uitgeroepen tot Auto van het jaar.

Het design van de 156 komt van de hand van Walter de’Silva, het toenmalige hoofd van de designafdeling Centro Stile van Alfa Romeo. Hoewel de 156 een vierdeurs sedan is, doet de lijn van de auto denken aan die van een coupé. Dit werd nog eens extra benadrukt doordat de deurgrepen voor de achterportieren in het zijraam verborgen zaten. Een ander typisch Alfa Romeo-detail was de diep in de bumper doorlopende grille, waardoor de kentekenplaat niet in het midden bevestigd kon worden. Onder de grille bevonden zich vier sleuven, een verwijzing naar de Alfa Romeo-racewagens uit de jaren ’30. In het interieur deden de in twee kokers geplaatste snelheidsmeter en toerenteller denken aan de oude Spider.

Twee jaar na de introductie maakte de 156 meer dan de helft van de totale Alfa Romeo-productie uit. De auto zou oorspronkelijk in 1998 in de showroom komen te staan omdat de grotere 166 voorrang kreeg. De verkoopcijfers van de 155 zakten echter zo sterk in dat werd besloten de 156 eerder aan het publiek voor te stellen waardoor de 166 in de wacht werd gezet. Voor de 156 bood Alfa Romeo in eerste instantie drie Twin Spark benzinemotoren, een V6 en twee gloednieuwe common-rail dieselmotoren aan.

Speciaal voor de 156 werd er een nieuw onderstel ontwikkeld en optioneel was hij leverbaar als Selespeed met een semi-automatische vijfversnellingsbak. In de City-stand schakelde de auto uit zichzelf, maar je kon ook handmatig schakelen door de pook naar voren of naar achteren te bewegen of door middel van drukknoppen op het stuur. In 2000 verscheen de 156 Sportwagon, een stationwagon waarbij vorm voor functie ging. De laadruimte was niet groot en functioneel, maar het was wel een erg mooie auto. Aan uitrustingsniveau’s deed Alfa Romeo niet bij de 156, wel waren er diverse optiepakketten leverbaar.

Vroege exemplaren van de 156 hadden last van diverse kinderziektes. Deurrubbers die regenwater niet tegenhielden, vastzittende delen van de voorwielophanging, defecte stuurbekrachtigingspompen en uitvallende ABS-sensoren zijn zaken die opvielen. Omdat de motoren last hadden van een slechte loop bij lage temperaturen werd er tevens nieuwe software voor het motormanagement ontwikkeld. Alfa Romeo heeft veel van deze gebreken onder garantie opgelost, maar ze deden het imago van de auto geen goed.

In 2002 was het tijd voor een lichte facelift waarbij het uiterlijk werd opgefrist met in kleur gespoten stootstrips en spiegels. Van binnen monteerde Alfa Romeo een nieuwe middenconsole en een ander stuur met schakelflippers voor de 156 Selespeed. De optielijst werd uitgebreid met extra airbags, ESP, een regensensor, automatische airco en een navigatiesysteem. Klanten konden kiezen uit de uitrustingsniveau’s Progression en Distinctive, later gevolgd door het instapmodel Impression.

Op motorisch gebied werd de 2.0 T.S. vervangen door een 2.0 JTS (Jet Thrust Stoichiometric) benzinemotor met directe benzine inspuiting. Ook deed de 156 GTA zijn intrede. De naam GTA (Gran Turismo Alleggerita, ofwel lichter gemaakt) komt van de Giulia Sprint GTA die in de jaren ’60 en ’70 succesvol was in de autosport. Met een vermogen van 250 pk haalde de 156 GTA een topsnelheid van 250 kilometer per uur.

Bij de facelift in 2003 kreeg de 156 een nieuw, door Giorgetto Giugiaro getekend, front en strakker vormgegeven bumpers. Het dashboard kreeg wat kleine wijzigingen en het motorenprogramma werd opgeschud. De GTA zag de facelift aan zijn neus voorbij gaan. Op basis van de 156 Sportwagon verscheen eind 2004 de verhoogde Crosswagon Q4 met vierwielaandrijving. De productie van de 156 liep in de zomer van 2005 na 680.000 ten einde toen de 159 werd geïntroduceerd, de Crosswagon Q4 werd nog tot medio 2007 verkocht.

Motorenprogramma
Benzine
1.6 TS 16V 120 pk/144 Nm 9/1997–10/2000
1.6 TS 16V 120 pk/146 Nm 10/2000–9/2005
1.8 TS 16V 144 pk/169 Nm 9/1997–10/2000
1.8 TS 16V 140 pk/163 Nm 10/2000–9/2005
2.0 TS 16V 155 pk/187 Nm 9/1997–10/2000
2.0 TS 16V 150 pk/182 Nm 10/2000–3/2002
2.0 JTS 16V 165 pk/206 Nm 3/2002–9/2005
2.5 V6 24V 190 pk/222 Nm 9/1997–10/2000
2.5 V6 24V 192 pk/218 Nm 10/2000–9/2005
3.2 V6 GTA 250 pk/300 Nm 3/2002–9/2005

Diesel
1.9 8V JTD 105 pk/255 Nm 9/1997–10/2000
1.9 8V JTD 110 pk/275 Nm 10/2000–5/2001
1.9 8V JTD 115 pk/275 Nm 5/2001–9/2005
1.9 16V JTD M-Jet 140 pk/305 Nm 11/2002–9/2005
1.9 16V JTD M-Jet 150 pk/305 Nm 7/2004–7/2007 (alleen Sportwagon en Crosswagon)
2.4 10V JTD 136 pk/304 Nm 9/1997–10/2000
2.4 10V JTD 140 pk/305 Nm 10/2000–5/2001
2.4 10V JTD 150 pk/310 Nm 5/2001–9/2005
2.4 20V JTD M-Jet 175 pk/385 Nm 9/2003–9/2005

Bekijk meer foto's van de Alfa Romeo 156 op onze Facebook-pagina.

Tekst: Arno Lommers
Dit artikel is gepubliceerd op 21 juli 2015

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn