Youngtimers en bijtelling, hoe werkt dat?

Youngtimers en bijtelling, hoe werkt dat?
Het rijden in een zakelijke youngtimer die je ook privé gebruikt is erg interessant. Als je met een auto van vijftien jaar of ouder jaarlijks meer dan 500 kilometer privé rijdt, betaal je 35% bijtelling over de Waarde in het Economisch Verkeer (WEV). De WEV is feitelijk de dagwaarde of de waarde waarvoor je de auto hebt aangeschaft. Dit in tegenstelling tot nieuwe auto's, waar de bijtelling berekend wordt over de nieuwwaarde van de auto. Alle autokosten, zoals onderhoud, brandstof en wegenbelasting, mogen in de boekhouding worden opgevoerd als zakelijke kosten.

Een nieuwe BMW 5 Serie Touring kost (met een paar leuke opties) al snel 60.000 euro. Hiervan moet je elk jaar 25% bijtellen voor het privégebruik. Dit komt neer op 15.000 euro bruto, waarover belasting wordt geheven. Aan de andere kant schrijf je jaarlijks ook nog eens 8.000 euro af.

Klinkende cijfers
Een BMW 5 Serie Touring uit 1999 met 150.000 kilometer op de klok koop je soms al voor 6.000 euro. Hierover tel je 35% bij, dus 2.100 euro bruto in het eerste jaar. Daar tegenover staat een afschrijving van misschien 1.000 euro per jaar. De financiële voordelen zijn dus evident: qua bijtelling scheelt het bijna 13.000 euro bruto per jaar, en qua afschrijving 7.000 euro bruto in het meest gunstige geval. Dat zijn klinkende cijfers.

De bijtelling voor je youngtimer neemt bovendien elk jaar af omdat de dagwaarde leidend is. Voor het tweede en de daarop volgende jaren kun je er voor kiezen om de auto laten taxeren, of de auto lineair in vijf boekjaren af te schrijven. Een taxatierapport heeft als voordeel dat je de auto – bij in youngtimers gespecialiseerde assuradeuren - tegen de taxatiewaarde all-risks kunt laten verzekeren. Dit is verstandig omdat de taxatiewaarde meestal hoger ligt dan de aanschaf- of verkoopwaarde van de auto. Je investering is zo gewaarborgd bij ongeval of diefstal.

BTW- of Marge-auto?
Als je BTW-plichtig bent, dan vraag je de BTW op je autokosten als voorbelasting terug. Aan de andere kant moet je het privégebruik voor de BTW compenseren. Hiervoor moet je eerst nagaan of je een zogenoemde marge-auto hebt of een BTW-auto. Een marge-auto is een auto die aan jou verkocht is door een handelaar die gebruik mag maken van de Margeregeling Gebruikte Goederen. De BTW is niet aftrekbaar als voorbelasting. Een BTW-auto is een auto die jou door een autobedrijf is verkocht inclusief 21% BTW. Het betreft hier veelal zakelijk gereden auto’s of auto’s die van buiten de Europese Unie naar Nederland zijn geïmporteerd. Als een zakelijk gereden auto weer door jou wordt verkocht, dan dien je de auto weer uit te factureren inclusief 21% BTW.

Voor marge-auto’s die zakelijk vermogen zijn, maar ook privé gebruikt worden, moet je elk jaar 1,5 procent van de cataloguswaarde opnemen als BTW voor privégebruik in de laatste aangifte van het jaar. Stel dat de BMW 5 Serie Touring uit bovenstaand voorbeeld in 1999 nieuw 88.000 gulden kostte. Dan tel je jaarlijks voor het privégebruik 600 euro op bij de af te dragen BTW. Je hebt overigens ook de mogelijkheid om de BTW-correctie te berekenen naar werkelijk privégebruik. Voor de BTW telt woon-werkverkeer ook als privégebruik. In sommige gevallen kan dat voordeliger zijn.

Overgangsregeling
Met ingang van 1 januari 2014 is de leeftijdgrens voor vrijstelling van motorrijtuigenbelasting opgetrokken naar 40 jaar. Dat geldt zowel voor benzineauto’s als voor auto’s die rijden op LPG en diesel. Ook motorfietsen, bestelauto’s, vrachtauto’s, bussen en kampeerauto’s die 40 jaar of ouder zijn, zijn vrijgesteld. Voor personen- en bestelwagens op benzine en de andere hierboven genoemde categorieën is er een overgangsregeling van toepassing: auto’s die op 1 januari 2014 26 jaar of ouder zijn, komen in aanmerking voor een kwarttarief MRB met een maximum van 120 euro per jaar (voor motorfietsen is dit 30 euro per jaar).

Dat zijn in de praktijk voertuigen met een datum eerste inschrijving tot en met 31 december 1987. Een auto met bouwjaar 1988 of jonger komt niet in aanmerking voor het kwarttarief en daarvoor moet gewoon tot de leeftijd van 40 jaar het volle pond worden betaald. Voor personen- en bestelauto’s die op LPG of diesel rijden is er geen overgangsregeling. Daarvoor moet het volle tarief betaald worden, inclusief brandstoftoeslag. De auto’s die gebruik maken van het kwarttarief mogen in de maanden december, januari en februari niet de weg op. Als je in deze periode gewoon wilt rijden, betaal je het normale tarief.

Het kwarttarief is van toepassing per kalenderjaar. Schorsen is mogelijk, maar niet binnen het kalenderjaar waarin voor het kwarttarief is gekozen. Het is dus niet mogelijk om beide regelingen tegelijkertijd te benutten.
Dit artikel is gepubliceerd op 26 juli 2015

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn