Mitsubishi Sapporo: loungebank

Mitsubishi Sapporo: loungebank
‘Jan, kijk eens wat we hebben opgehaald!’ Deze WhatsApp stuurde mijn garagist vorige zomer, tezamen met een foto van een schitterende Mitsubishi Sapporo 2.4i GLS automaat uit 1987. Uiteraard ben ik meteen na terugkomst in Emmen gaan kijken. En mijn verwachting klopte: wát een dondersgave wagen!

De spierwitte lakkleur glanst me tegemoet, de typische jaren ’80-bodykit fascineert en de donkerblauwe veloursbekleding geeft de Japanner een oosters goed-fout randje. Over het aanschaffen van de 4,66 meter lange exoot denk ik (onbewust, dan wel bewust) niet na. Want wat moet ik met nog een auto? Aan mijn prachtige Volkswagen Golf II en gepatineerde BMW E34 520iA beleef ik immers nog onbegrensd plezier – en bovendien rijd ik maar 12.000 kilometers per jaar.

En toch laat de zeldzame sushi-kar me niet los. Of het nu onderhoud betreft, een bakkie koffie op zaterdag of het bezichtigen van iets anders bijzonders dat Autobedrijf Reinders heeft opgescharreld, telkens knipoogt de Sapporo zodra ik langskom. We zijn een tijdje verder als inmiddels de BMW is verkocht en een berichtje komt dat ik maar eens moet komen rijden met de Mitsubishi. Ik probeer mezelf te beschermen door te melden dat ik écht geen aankoopaspiraties heb, maar stiekem ben ik errrugg nieuwsgierig. Onder de indruk van de soepele aandrijflijn en het zijdezachte comfort parkeer ik de Sapporo voor het garagepand, terwijl zojuist een – eveneens witte en ook uit 1987 stammende – Mitsubishi Colt wordt afgeleverd. ‘Jullie moeten even telefoonnummers uitwisselen, voor de Witte Mitsubishi Club’, grapt de garage-eigenaar. ‘Oh, enneh… De Sapporo is trouwens verkocht, alleen weet de nieuwe eigenaar het nog niet’, suist bovendien langs mijn oren. Profetische woorden, want niet veel later vraagt mijn trouwe Golfje om een riante financiële injectie. Is dit het ideale moment om mijn VW in te ruilen op de Mitsubishi? Een interessant inruilvoorstel geeft de doorslag: ik ga rijden in een bijzondere Japanner!

Een paar dagen later staat de Sapporo gepoetst en met een verse APK te wachten. Deze excentriekeling is van mij! Inmiddels heb ik 5.000 probleemloze kilometers afgelegd met de witte Aziaat. Iedere dag blijf ik geboeid door de stijlloze portieren en de gekoesterde staat van het interieur – dank hiervoor aan de op leeftijd zijnde vorige eigenaar, die de Sapporo daarenboven structureel naar de dealer bracht. Met een verbruik van zo’n 1 op 10 ben ik buitengewoon content, evenals met de riante zetels en achterbank. De luchtvering en het zachte meubilair maken van de Sapporo een rijdende lounge – geheel in tegenstelling tot het bespoilerde koetswerk doet vermoeden. De 2,4-liter viercilinder draait fluisterstil en vervolmaakt het relaxte cruisen. Onthaasten, heet dat in clichématig Nederlands.

Complimenten, vragen en duimpjes zijn voor youngtimer-rijders dagelijkse kost, maar een Sapporo-rijder moet qua aandacht rekening houden met de ‘verdubbelaar’. De eerste werkdag na het ophalen raadden collega’s meteen dat die Mitsubishi op het parkeerterrein mijn bezit was, want ‘jij rijdt altijd van die mooie, bijzondere wagens’. Een appje van een vriendin die auto’s omschrijft als ‘die rode’ of ‘een stationcar’ waarin wordt medegedeeld dat ze mij zag rijden, ontkracht het idee dat Aziatische auto’s allemaal hetzelfde zijn. Mijn Sapporo en andere youngtimers geven kleur aan het door belastingmaatregelen en leasecontracten bepaalde Nederlandse verkeer.

Bekijk meer foto's van de Mitsubishi Sapporo op onze Facebook-pagina.

Tekst: Jan H. Westerhof
Dit artikel is gepubliceerd op 1 augustus 2015

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn