Metro was een betere auto dan de Mini, maar...

Metro was een betere auto dan de Mini, maar...
Hij had de wereld moeten veroveren. Voor het British Leyland-concern hing aan de vooravond van de tachtiger jaren verschrikkelijk veel af van de Austin Metro, een nieuwe troef in de compacte klasse. De auto bracht niet echt het gehoopte succes en werd al helemaal geen legende, zoals de Mini. Er resteert in de meeste landen nog maar een zeer gering aantal exemplaren van.

Zeker, de eind 1980 gecommercialiseerde Metro wás een betere auto dan de geliefde Mini. Ruimer, comfortabeler, economischer, praktischer. Hoopvol positioneerde British Leyland hem net daarboven in het gamma, bedoeld om te concurreren met bestsellers als de Ford Fiesta en de Renault 5, ofschoon de efficiënt ingerichte Engelsman aan de buitenzijde een half maatje kleiner uitviel. Prinses Diana liet er zich een aanmeten en Austin voerde een advertentiecampagne die blaakte van zelfverzekerdheid. In elk geval op de thuismarkt verleidde de Metro massa’s consumenten om een koopcontract te tekenen en ook in andere landen leek de belangstelling niet onaardig. Wat het concern erachter betreft moest iedereen maar zo vlug mogelijk de jaren ’70 uit zijn geheugen wissen, de periode waarin het zoveel rampzalige auto’s fabriceerde.

Niet eens achterlijk qua concept, verre van dat zelfs, maar domweg bedroevend slecht in elkaar gezet. De garantieclaims hadden zich torenhoog opgestapeld in de kantoren en de media schreven de producten qua betrouwbaarheid en levensduur de grond in. Met de Metro moest het anders, beter. Veel beter. Maar dat plan slaagde niet helemaal. Roest kreeg toch wel vrij snel grip op het karretje en technische kuren namen bezit van meer dan een enkel exemplaar. De eerste kritische berichten verschenen in de pers en de reputatie van ‘de redder’ begon scheurtjes te vertonen. In de fabrieken werkte men uit alle macht om de bouwkwaliteit onder controle te krijgen en dat wierp zijn vruchten af, maar de Metro moest een nieuwe horde nemen: enkele fabrikanten lanceerden pittige concurrenten, zoals de 205 van Peugeot en de Polo van Volkswagen.

Je mag stellen dat de kleine Austin, die dankzij een claim van trein- en busfabrikant Metro Cammell aanvankelijk als mini Metro door het leven ging, het niet cadeau kreeg. Evenwel hield hij tien jaar in tussentijds slecht licht gewijzigde vorm stand en onderging in 1990 nog eens een grondige verjongingssessie, om daarna Rover Metro en vanaf 1994 Rover 100 te heten. Voor de laatste viel uiteindelijk pas in 1998 het doek. Interessant binnen de eerste modelserie was dat deze de illustere merknaam MG deed terugkeren van weggeweest. De twee letters duidden op een sportieve versie met een 72 pk sterke 1.3-motor, die later gezelschap kreeg van een turbovariant, hetgeen een totaal van 94 pk opleverde. Voor de liefhebbers vandaag de dag gelden deze snelle rakkers als veruit het meest attractief, terwijl naar een reguliere 1.0 of 1.3 nauwelijks wordt omgekeken.

Een ware ontdekking vormt het hier onder de loep genomen exemplaar uit 1983, origineel Nederlands en helemaal ongerept, of hij zo uit een vroegere showroom is gereden. Werkelijk geen spoortje roest valt er te bekennen en de tellerstand vermeldt amper 43.000 kilometer. Grappig is dat één van de vorige eigenaren besloot het 1.0-motortje met standaard 44 pk op te fokken met behulp van een Stage 1-kit, die je af-fabriek voor de Mini (welke over dezelfde krachtbron beschikt) kon bestellen. Deze behelst onder meer een andere inlaat en een grotere carburateur. Je ziet het er haast niet aan af, alleen de sportieve uitlaat kan iets doen vermoeden. Het zou echter te ver voeren deze Metro als een vlotterik te beschouwen. Hoog in de toeren leeft hij wel op, maar je imponeert niemand.

De auto in kwestie fascineert veel meer met zijn ongelooflijke versheid, die je terugvoert naar de tijd dat hij het straatbeeld mee bepaalde. Evident is de verwantschap met de Mini, te herkennen in het uit het midden geplaatste en platliggende stuur, het vage en stugge schakelen, de bijzonder lage zit en het scherpe weggedrag. Het comfort torent echter hoog boven dat van het fameuze doosje uit. British Leyland gebruikte een versimpelde variant van zijn zelfontwikkelde Hydragas-vering, waarbij de wielen per as een vloeistofverbinding kenden.

Andere onconventionele technieken waagde men niet toe te passen, bang om het grote publiek voor het hoofd te stoten en gelijktijdig strikt lettend op de productiekosten. Want het Engelse automerkenconglomeraat stond er niet best voor ten tijde dat de mini Metro verscheen. Uiteindelijk zou het verregaand ontmanteld worden en resteren via omwegen nu alleen nog Jaguar en Land Rover. De liefhebbers moeten hun toevlucht tot een schaars aantal overlevende modellen zoeken, waaronder enkele handen vol Metro’s in Nederland.

Bekijk meer foto's van de Austin Mini Metro op onze Facebook-pagina.

Tekst: Aart van der Haagen
Dit artikel is gepubliceerd op 6 september 2015

Deel dit artikel op social media

Dit bericht delen op LinkedIn