Audi Coupé 2.3 E

De weg naar een premium imago

Sinds begin jaren negentig beweert Audi een ‘premium’ merk te zijn. Die status is ingezet in de vroege jaren negentig, toen Audi vernieuwende, tijdloze modellen op de weg zette. Modellen waarmee het merk zich duidelijk in een ander segment trachtte te nestelen. De Audi Coupé 2.3 E is daar een goed voorbeeld van.

Audi Coupé 2.3 EAudi Coupé 2.3 EAudi Coupé 2.3 EAudi Coupé 2.3 EAudi Coupé 2.3 EAudi Coupé 2.3 EAudi Coupé 2.3 E
In de zeventiger en tachtiger jaren produceerde Audi voornamelijk Volkswagens met Audi-logo en een licht afwijkend dashboard. Het ontbrak het merk destijds duidelijk aan charisma en een eigen identiteit. In 1982, met de introductie van de revolutionaire Audi 100 ‘typ 44’ kwam daar verandering in. Aansluitend introduceerde men in 1986 de vernieuwde Audi 80/90 B3 met volledig verzinkte carrosserie en de opwaartse lijn bleek stevig ingezet. De 80 was in eerste instantie leverbaar met 1.8 en 2.0 liter motoren, de nauw aan de Audi 80 verwante Audi 90 beschikte over krachtige vijfcilinder motoren met vermogens van 129 tot 170 PK. Op basis van deze Audi 90 verrastte het bedrijf uit Ingolstadt in 1988 vriend en vijand met de 8B, een oogstrelende Coupé. Na de facelift in 1991 heette deze Audi 90 Coupé overigens gewoon “Audi Coupé” en van dit type troffen wij onlangs in Castricum een smetteloos exemplaar aan. En aangezien een smetteloze Audi Coupé tegenwoordig een zeldzaamheid aan het worden is, besloten wij om er maar eens een rijtest aan te wagen.

Denk je aan youngtimers, dan denk je niet direct aan Audi. Het merk beschikt nog over onvoldoende ‘heritage’ in de ogen van velen. Ik zie, al generaliserend, uiteraard de Audi Quattro niet over het hoofd, want dat is een icoon van zijn tijd en wat mij betreft boven de reguliere markt gepositioneerd. Een mooie, originele OerQuattro is inmiddels bijna onbetaalbaar geworden en daardoor onbereikbaar voor het gros van het koperspubliek. Het segment “betaalbare Audi youngtimers” is derhalve nog onontgonnen terrein en onbekend maakt onbemind, kennelijk. Slechts enkele bedrijven in Nederland bieden met enige regelmaat aantrekkelijke Audi youngtimers aan: Autobedrijf Terpstra in Sexbierum geniet een zekere reputatie op dit gebied, maar ook bij Marco Hof Sportscars in Castricum vind je zo nu en dan een A8 van het eerste type, of (in dit geval) een uitermate frisse Audi Coupé 2.3 E Automaat van 1994.

“Het valt of staat met de configuratie van de auto” licht Marco Hof toe. “Liefhebbers van Audi youngtimers zijn er wél, maar zij zijn over het algemeen erg kieskeurig. Een Audi Coupé moet per sé een vijfcilinder zijn, liefst een automaat hebben en een airco is ook erg prettig. Dat is geen probleem, maar het aanbod op de markt van dergelijke auto’s is vele malen kleiner dan bij de andere twee grote Duitse merken. Dat betekent dus zoeken naar de bekende speld in de hooiberg”. Niet geheel toevallig heeft ons testexemplaar alle genoemde zaken aan boord. “Ik experimenteer redelijk vaak met Audi”, verklaart Hof. “Maar ik probeer wel precies in te kopen wat de markt van mij vraagt. Er zijn nog niet heel erg veel liefhebbers voor Audi youngtimers en dan probeer ik toch courante auto’s te hebben staan”. Ik lees van de teller van ons testexemplaar de kilometerstand af: 129.138 km. Da’s niet veel voor deze vijfpitter, maar ook weer niet extreem laag. De vorige eigenaren hebben er bijzonder goed op gepast, getuige de algehele staat van deze auto. Maar dat ben ik op dit adres zo onderhand wel gewend. Youngtimerspecialisten zijn toch in eerste instantie liefhebbers van auto’s en ze staan er om bekend dat ze geen rommel inkopen.

De klokkenwinkel doet gedateerd doch solide aan. Twee enorme tellers in het midden voor snelheid en toerental, geflankeerd door twee kleinere, eveneens analoge klokken welke de temperatuur van het koelwater en de brandstofvoorraad aangeven. De gereden kilometers worden analoog aangegeven, terwijl het klokje al digitaal is. Da’s niet fraai en inconsequent. Het automaatpookje oogt wat schlemielig en staat gevoelsmatig wat laag in de auto op de vloer. De auto heeft geen echte middentunnel, want de auto heeft voorwielaandrijving. Er valt dus geen cardan weg te moffelen. Daardoor is de pook wat langer uitgevallen dan mooi is. Het dashboard ademt Duitse degelijkheid in een tachtiger jaren jasje. Het is aandoenlijk, zakelijk en praktisch tegelijk. Alles wat je nodig hebt zit er wel in. De ramen zijn elektrisch en de airconditioning handbediend. In de middenconsole prijken drie sportieve tellertjes, vlak boven de (nooit gebruikte) asbak. Op het gebied van oliedruk, olietemperatuur en voltage houden zij de vinger voor je aan de pols. Het geeft de auto iets meer cachet tussen alle Duitse Grundlichkeit. De instrumenten zijn in glanzend wortelnoot gevat, maar ik had daar liever aluminium of gewoon leder gezien. Wortelnoot is iets voor grote statige limousines en niet voor in een sportief gelijnde coupé. Over configuratie gesproken: de auto is diepzwart metallic met een standaard zwart stoffen interieur en hij staat op originele vijftien inch lichtmetalen velgen van het type ‘pannenkoek’. Het maakt van de Coupé een fraaie, niet-alledaagse youngtimer met een frisse uitstraling. Geen poespas, maar gewoon zoals ‘ie uit de fabriek kwam.

De witte knipperlichten aan de voorzijde zijn smaakgebonden; ik zie daar zelf liever de oranje exemplaren in terugkomen. Met de massieve, vierkante Audi-sleutel wek ik de vijfcilinder tot leven. Ik frut de bak in ‘Drive’ (want je moet tegelijk op de pook drukken én het schakelpatroon volgen tot de gewenste stand en dat vergt even gewenning) en laat de rem los. Met wat gas bij springt de Audi als een tochtig konijn de wereld in. De auto reageert vrij direct op het gas. Zoveel gretigheid had ik niet verwacht van de auto. Wat me meteen opvalt als we goed en wel op pad zijn is de heerlijke vijfcilinder roffel uit de machinekamer, nét voldoende hoorbaar om aangenaam te zijn in plaats van storend. Ik begrijp meteen waarom Audisten per sé deze vijfpitter in een Coupé willen hebben. Niet in de laatste plaats omwille van de vermaarde duurzaamheid van het aggregaat, maar de sound die het blok produceert is niet te evenaren. Het hoort bij deze auto als een SIM-kaart bij een GSM. De bak wisselt enigszins voelbaar van verzet. Dat zal te maken hebben met het type bak en de leeftijd van de gebruikte techniek. Tegenwoordig levert men zeventraps-, vloeiend schakelende automaatbakken met dubbele koppelingen, maar over dergelijke wonderen der techniek had Audi in 1994 nog niet de beschikking. Het is en blijft een conventionele viertrapper met koppelomvormer en die voel je nu eenmaal schakelen. Eenmaal van verzet gewisseld pakt de bak goed op en accelereert de auto vlot, zoals het hoort. Ga je met de 2.3 E op pad dan moet je gewoon even je (moderne) referentiekader overboord zetten, dan komt het allemaal goed en waardeer je de auto om wie hij is. De vijfcilinder motor levert 133 PK en dat is meer dan voldoende om goed met de auto uit de voeten te kunnen in ons drukke verkeer. In 1993 reed mijn toenmalige werkgever in een Audi 80 2.3 E en de auto stond mij voor de geest als een razendsnelle auto. Het is in ieder geval de eerste auto geweest waarmee ik 200 km/u heb gereden. Deze Coupé zal die snelheid ongetwijfeld kunnen halen, maar het gevoel van weleer komt niet bij me terug. Waarschijnlijk ben ik in de jaren er na té verwend geraakt. Wat ik wél merk is dat ik het een verademing vind om in deze auto te rijden en om naar ‘m te kijken. In een wereld die gedomineerd wordt door Benzen, BMW’s en Volvo’s is een Audi Coupé verfrissend, exclusief en apart. Als je daar gevoelig voor bent en je houdt van degelijke Duitse auto’s dan is zo’n vijfcilinder roffelaar met verlaagd dak zeker de moeite van het opzoeken waard. Zo knus als in een Fransoos of zo anoniem als in een Japanner zal het nooit worden in een Audi, maar als zakelijke fiscaalduiker doe je er goede zaken mee.

Als je gewoon een leuke liefhebbersauto voor jezelf zoekt trouwens ook. Gezien de schaarste in het aanbod is er zéker een voedingsbodem voor verzamelwaarde aanwezig. In de ons omringende landen zie je alleen in Duitsland meerdere exemplaren te koop staan, maar dat zijn zelden Coupés en doorgaans handgeschakelde auto’s met instapmotoriseringen. Een Coupé 2.3 E Automaat heeft dus het potentieel om op termijn een wegzetexemplaar te worden. Het aanbod is al schaars. Nu moet de vraag nog wat omhoog. Ik vermoed dat dit een kwestie van tijd is.

Roffelend vervolgen wij onze weg door Nederland. Het vierspaaks stuurwiel bevat al een airbag; het destijds door Audi gelanceerde ‘Procon Ten’ systeem was al niet meer leverbaar op dit type. Procon Ten was een innovatief systeem dat er voor zorgde dat het motorblok naar achteren schoof en het stuur in het dashboard getrokken werd bij een zware aanrijding. De markt bepaalde echter dat de airbag de benchmark werd en dus gooide Audi het systeem al snel op de schroothoop. De auto laat zich vlotjes door het verkeer loodsen, waarbij de sleurende voorwielaandrijving opvallend aanwezig is in de rijbeleving. Bij snel genomen bochten en rotondes met vroegtijdig het gas er op wil de Audi je nog wel eens rechtdoor proberen te trekken. Dat is echter een kwestie van wennen. Echt irritant is het nooit. Wat ook wennen is, is de dikke c-stijl van de coupé, die je toch wel wat zicht naar achteren ontneemt. Maar een goed spreekwoord luidt: wie mooi wil gaan moet pijn doorstaan. Kies je voor handzaam, dan kies je een sedan. Zo simpel is het. Alle hendels en schakelaars zitten daar waar je ’t verwacht, als je tenminste aan een Audi gewend bent. De aan de linkerzijde van de stuurkolom geplaatste lichthendel is typerend voor de Audi’s uit die tijd, maar allerminst gemakkelijk in het gebruik. Een draaiknop in het dashboard zoals BMW en Mercedes al jaren gebruiken was veel handiger geweest. Verder rijdt de Coupé als een nieuwe auto en bezit hij, na zestien levensjaren, nog steeds de gretigheid van een jonge hond. Na enkele tientallen kilometers met plezier in de auto gereden te hebben belanden we als vanzelf weer bij de stal waar deze schoonheid thuis hoort. Ik steek ‘m achteruit het pad op en zet de motor uit. De eigenaar neemt de sleutels van mij over en laveert de Audi achteruit de showroom weer in. En daar staat hij dan weer, tussen zijn met propellors en sterren getooide landgenoten. Het lelijke kleine eendje blijkt een prachtige zwaan te zijn. Typerend voor een Audi Coupé in een showroom vol dikke Duitse youngtimers.

Deze rijtest verscheen eerder in Auto & Motor Klassiek.
Tekst en fotografie: Chris de Raaf

Meer informatie bij dit artikel vindt u op: http://www.500e.nl

Specificaties Audi Coupé 2.3 E

Motoriseringen Audi Coupé

1.6 74 kW 100 PK viercilinder lijnmotor benzine
1.8 92 kW 125 PK viercilinder lijnmotor benzine
1.9 66 kW 90 PK viercilinder lijnmotor diesel
2.0 85 kW 115 PK viercilinder lijnmotor benzine
2.3 98 kW 133 PK vijfcilinder lijnmotor benzine
2.6 110 kW 150 PK V6 benzine
2.8 128 kW 174 PK V6 benzine