Mercedes-Benz 500 SEC C126

Oogstrelende oversized coupé

Mercedes-Benz verbaasde in 1979 vriend en vijand met de nieuwe S-Klasse, intern aangeduid als Baureihe W126. Heerlijk Mercedes-jargon voor een nieuwe auto voorzien van de destijds modernste snufjes. Deze was niet alleen oogstrelend mooi, maar uiteraard vermeldden de persberichten van Mercedes-Benz ook dat het “de beste auto ter wereld” was. Naast de sedan bracht Mercedes-Benz ook een schitterende coupé op de markt: de SEC.

Mercedes-Benz 500 SEC C126Mercedes-Benz 500 SEC C126Mercedes-Benz 500 SEC C126Mercedes-Benz 500 SEC C126Mercedes-Benz 500 SEC C126Mercedes-Benz 500 SEC C126Mercedes-Benz 500 SEC C126
Technisch gezien week de statige W126 limousine niet zo veel af van zijn voorganger W116. Zescilinder M110 werd gewoon doorgeleverd en ook qua onderstel veranderde er niet zo heel veel. Optisch was het echter een heel ander verhaal. De auto had gladde carrosserielijnen die in de windtunnel waren gevormd en had praktisch geen chroom meer. De body was voorzien van geribbelde kunststof planken langs de onderzijde van de deuren in een contrasterende, maar niet intonerende kleurstelling. Die werden later “Sacco-bretter” genoemd, naar de ontwerper Bruno Sacco. Het maakte de auto er niet lelijker op en een trend was gezet. De S-Klasse was vanaf het begin een succes en vond, ondanks de stevige prijskaartjes, gretig aftrek bij de klanten. Naast de Baureihe W126 voerde Das Haus (zoals Mercedes-Benz zich doorgaans liefkozend laat noemen) ook de modelserie R107 en C107. De R107 was een sinds 1972 geproduceerde roadster. De C107 was weer een coupéversie van diezelfde roadster, maar dan op het chassis van de W116. Daardoor kreeg de auto een wat merkwaardig lange wielbasis. Deze inmiddels wat bedaagd ogende coupé liep in 1981 uit het programma en om de clientèle tevreden te houden besloot Das Haus op basis van de nét geïntroduceerde W126 een coupé te bouwen. De auto kreeg twee verschillende, nieuwe achtcilinders van 204 respectievelijk 240 pk in het vooronder: de 380 SEC en 500 SEC.

Optisch was de SEC voor die tijd wat gewaagd vormgegeven: een grote, geprononceerde ster in de grille (een trend die werd geïntroduceerd bij de 300 SL Gullwing uit 1956 en sindsdien vele coupés van Mercedes-Benz hun kenmerkende uiterlijk heeft gegeven). Ook was er een ontbrekende B-stijl waardoor de zijramen geheel geopend konden worden en er één groot gat ontstond. Ook had de SEC automatische gordelaangevers die uit de achterste deurstijl kwamen zodra de voorste inzittenden plaatsnamen. Mercedes-Benz had alle registers opengetrokken om van de SEC het absolute topstuk uit de collectie te maken. Menig SEC vond zijn weg naar adellijke lieden, rijke industriëlen en captains of industry. Echter door zijn extravagante vormgeving trok de auto ook kopers uit andere “doelgroepen” naar zich toe als mensen die op wat minder legale wijze aan hun vermogen waren gekomen. Die belangstelling deed de SEC destijds géén goed en dat vertaalde zich in forse afschrijvingen.

Het exemplaar bij Marco Hof Sportscars stamt uit 1989. Het is één van de laatste exemplaren en heeft slechts 63.000 kilometer op de teller staan. Niet spectaculair weinig, maar door de duurzaamheid van de Mercedes V8 heeft deze nog vele zorgeloze tonnen voor de boeg. De buitenkleur heet officieel Impala metallic en werd aangeduid met kleurcode 441. Mercedes-Benz heeft bij dit exemplaar alles uit de kast getrokken om te laten zien wat ze qua opties in huis had: ABS, airconditioning, tempomat; alles zit er op. Op kosten van de toenmalige Duitse koper, dat dan weer wél. En moest er voor de auto zélf al diep in de buidel worden getast (vanaf 160.000 gulden). Klanten gingen bijkans failliet aan de prijzen van de genoemde opties. Wat te denken van 12.000 gulden voor een automatische Klimatronic of zes mille voor ABS, dat tegenwoordig gemeengoed is. De nieuwprijs van dit exemplaar ontsteeg derhalve de 250.000 gulden! Dat was in die tijd een klap geld, maar ook heden ten dage is het riant boven het gemiddelde. Laten we de inflatiecijfers er op los dan zou de 500 SEC nu voor ongeveer € 150.000,- in de prijslijsten staan. Dat is ongeveer gelijk aan het bedrag dat je tegenwoordig kwijt bent aan een riant met opties besprenkelde CLS 500.

Was het dan sec genieten voor je twee-en-een-halve ton, anno 1989? We moeten de auto daarvoor even in het juiste tijdsbeeld plaatsen: 240 pk uit een 5 liter V8 met viertraps automaat en alle goodies aan boord die de Duitse automobielindustrie in die tijd te bieden had. Concurrenten had de auto nauwelijks, want Audi was nog in geen velden of wegen te bekennen in het premium segment en BMW kwam vooralsnog niet verder dan de 635 CSI. Die auto gunde de koper van een SEC amper een blik waardig, al was het alleen maar om zijn nieuwprijs van ‘amper’ 80.000 gulden. Als we de Impala metallic 500 SEC tot leven wekken, valt onmiddellijk de rustige en stabiele stationairloop op. Je wéét dat ‘ie loopt en dat zie je ook aan de standaard meegeleverde toerenteller. Maar je hoort het niet en voelen doe je het al helemaal niet. Isolatie en balans van de motor zijn dus prima in orde. De conventionele automaat laat zich gemakkelijk aanleggen en met een teentipje gas zet de ruim 1.800 kg zware coupé zich in beweging. De motor klinkt een beetje als een oude Chevrolet Caprice, maar schijn bedriegt. Trap het gas wat dieper in en je merkt dat dit blok wél koppel heeft: 405 Newtonmeters om precies te zijn. Dat was in 1989 gewoonweg enorm! De SEC gaat er als de spreekwoordelijke brandweer vandoor en op hoge snelheid geven de gesmede 15 inch vijftiengaats velgen praktisch geen oneffenheid door. Alsof je op een vliegend tapijtje zit.

Lichtmetalen cilinderkoppen en dergelijke gewichtsbesparende noviteiten waren de auto-industrie nog vreemd destijds. Dus het is niet verbazingwekkend dat het zwaartepunt van de 500 SEC door zijn zware, gietijzeren V8 iets verder naar voren ligt dan wenselijk is. Daardoor deint en helt de carrosserie over de neus in snelle bochten, echter zonder écht gevaarlijk weggedrag te gaan vertonen. Je moet wel érg op de limiet gaan rijden wil je de SEC verliezen, maar door het ontbreken van elektronische hulpmiddelen is het simpelweg een kwestie van bij de les blijven. Met snelle ritten op bochtige en verlaten polderweggetjes maak je de 500 SEC en haar chauffeur niet blij, maar als je eens met een kruissnelheid van 200 km/u naar Salzburg wilt razen, dan is de oversized coupé ineens je allerbeste vriend. Ook anno 2011 is het dus nog sec genieten geblazen, maar dan wél voor een fractie van de nieuwprijs.

Tekst & fotografie: Marco Hof

Meer informatie bij dit artikel vindt u op: http://www.500e.nl

Specificaties Mercedes-Benz 500 SEC C126

Motor: M117 - 4.973 cc - 96,5 x 85 mm - V8 OHC - Bosch injectie
Vermogen en koppel: 240 pk en 405 Nm
Topsnelheid: 225 km/h