Opel Omega 2.5i-V6

Wars van status

In 1994 lanceert Opel de tweede generatie Omega, een royale gezinssedan in het hogere middensegment. Wij vonden een kakelvers, zestien jaar oud exemplaar met nog maar 34.000 km op de teller. Rijdt dat nou nog een beetje, zo’n grote Opel youngtimer? Wij zochten naar het antwoord op die vraag.

Opel Omega 2.5i-V6Opel Omega 2.5i-V6Opel Omega 2.5i-V6Opel Omega 2.5i-V6Opel Omega 2.5i-V6Opel Omega 2.5i-V6Opel Omega 2.5i-V6
De Rekord liep op zijn einde, in 1987. Succesvol en betrouwbaar, maar toch in het bezit van een bedenkelijke reputatie in zijn specifieke segment. Opel, en dan voornamelijk de modellen uit de jaren tachtig en negentig, werd door zelfbenoemde autoliefhebbers afgedaan als ‘burgerbak’ zonder enig charisma. Deed je de boodschappen bij de Aldi, had je twee kinderen, bewoonde je een rijtjeshuis en werkte je veertig jaar bij dezelfde baas, dan lag een Opel op de stoep geheel in de lijn der verwachtingen. Misschien ligt daar de reden verscholen waarom de opvolger van de Rekord ineens ‘Omega’ heette. Schud het negatieve imago van je af en begin met een schone lei. Bewijsmateriaal om mijn filosofie te onderbouwen heb ik niet kunnen vinden, maar het was een feit dat de Omega de Rekord op alle fronten diskwalificeerde. Opel wenste blijkbaar een ander imago aan de boreling te hangen; een zakelijke sedan waar de moderne manager ook privé goed mee uit de voeten zou kunnen. Bij de introductie van de nieuwe Omega B in 1994 zette men deze lijn nog intensiever door.

Negentig procent van het totale aantal geproduceerde Omega’s zal inmiddels wel ten prooi gevallen zijn aan autoslopers, bangerraces of exportbedrijven. Het residu vertoont inmiddels ernstige sporen van gebruik en navenante kilometerstanden. Weliswaar betrouwbaar en duurzaam geacht, zo’n Omega, maar een auto heeft nu eenmaal niet het eeuwige leven. En een Omega, die toch normaal gesproken wordt aangeschaft om gewoon gebruikt te worden, al helemaal niet. De auto staat er nu niet écht om bekend met regelmaat in verzamelingen te worden aangetroffen. Alhoewel? Het door ons in Harderwijk gevonden exemplaar is inmiddels zestien jaar oud, maar hij heeft nog maar 34.000 km achter zijn kiezen. Nauwelijks ontknaapt, dus. Wat bezielt iemand om in zestien jaar tijd maar 34.000 km met een Omega V6 te rijden?

‘Een oudere Duitse mevrouw heeft deze Omega ooit nieuw aangeschaft, maar zij had de auto eigenlijk niet zo vaak nodig’, zo verklaart de verkoper de herkomst en de kilometerstand van de auto. ‘Je maakt het wel vaker mee in Duitsland; de auto staat altijd klaar voor gebruik, maar niemand gebruikt ‘m”. Het fenomeen is mij inderdaad niet geheel onbekend. Veel Duitsers kopen een auto puur ‘omdat er een auto moet staan’ en kijken minder naar het economische karakter van het ding. Dat laten ze graag aan ons Hollanders over. Dan kan het gebeuren dat je de leukste auto’s vindt met de meest fantastische kilometerstanden. Het blijft natuurlijk oppassen geblazen, want er zit veel kaf onder het koren, maar als ik de Omega zo bekijk dan zit dat wel goed. Optisch heeft de auto praktisch geen gebruikssporen, het interieur is nieuw en vertoont geen slijtage en onder de kap is alles droog en fris. De eigenaar van het autobedrijf rijdt momenteel zelf met de auto en is er behoorlijk enthousiast over. ‘De 2.5 V6 doet precies wat ‘ie moet doen. Het is een uitermate relaxte auto om te rijden. En de bijtelling over de economische waarde maakt de auto voor de zakelijke rijder natuurlijk nog interessanter’. Van de aandacht van verzamelaars moet de auto het inderdaad niet hebben want een bloementafeltje van de Xenos heeft meer verzamelwaarde dan een Omega B. Zakelijk gezien is de zespitter echter erg interessant om te rijden.

Als ik vertrek zet ik de zwart lederen chauffeursstoel op de juiste stand. Dat heeft nogal wat voeten in de aarde want de knoppen van de stoelverstelling zitten allerminst handig gepositioneerd en vertonen geen symbooltjes. Tevens nodigen de knoppen qua vorm en plaatsing niet echt uit tot uitproberen, want ze lijken niet op knoppen-van-stoelen. Dat is typerend voor de Omega. De auto zit vol met schakelaars en knoppen waarvan het nut niet in één oogopslag duidelijk is. Ze hebben dermate rare vormen dat ze ook op een willekeurige luxe blender of op een zonnehemel gemonteerd zouden kunnen zijn. Dat had ergonomischer gekund, vind ik. Ergonomie is niet alleen comfort en plaatsing, maar heeft ook te maken met de vorm van de schakelaar en de gebruikte symbolen. Als ik de juiste zitpositie gevonden heb vertel ik de potente Ecotec, middels een vinnige halve draai aan de contactsleutel, dat er werk aan de winkel is voor ‘m. De motor slaat daar meteen op aan en loopt stationair zeer gecultiveerd. Ik schakel de handgeschakelde versnellingsbak in één en draai de Lorentzstraat op, de doorgaande weg waaraan Van Dijk en Geval gevestigd is. Wat me meteen opvalt is de sonore stilte in het interieur tijdens het rijden. Opel heeft met de Omega V6 getracht een luxe reislimousine in het hogere middensegment te positioneren. Dat is deels gelukt. Een subjectief argument is het ontbreken van de automaat. Een auto in dit segment, en al helemaal een zescilinder, schrééuwt werkelijk om een automaat. Objectieve argumentatie zou het gebruik van goedkoop ogende materialen zijn. Het dashboard ademt ‘Kadett’ en hard plastic viert hoogtij. Het contrast met het luxe, fraaie leder is schril te noemen. Tijdens de rit rij ik de auto een oud industrieterrein op. De doorgaande weg is een klinkerweg waar in geen tien jaar een stratenmaker is geweest. Althans: hij is er misschien wel geweest, maar heeft geenszins aan de weg getimmerd. Een mooie gelegenheid om de Omega eens op comfort te testen. Die test doorstaat de Opel glansrijk want de carrosserie geeft geen krimp. De auto absorbeert alle putdeksels en uithollingen overdwars alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Ook het interieur laat bij deze exercitie geen kraakje of rammeltje horen. Super!

Op de fotolocatie aangekomen bekijk ik de auto eens nader. De auto zit vol met grappige, maar ook ietwat schlemielige details. Grappig is de derde hoofdsteun. Gemonteerd zit het ding precies voor de binnenspiegel. Da’s natuurlijk wat minder grappig, maar in de kofferbak heeft Opel een plaatsje gereserveerd om die hoofdsteun te kunnen wegbergen. Meer dan een plaatsje is het echter niet. Hij past er, maar duidelijk is het allerminst. Je moet het instructieboekje er op na slaan om te weten dat die specifieke plek ook voor het opbergen van de hoofdsteun bedoeld is. Geen luxe uitsparing waar je de hoofdsteun precies in kunt klikken. Nee, daar zit ‘ie en daar hoort ‘ie en verder basta. Het trektouwtje om de kofferbak dicht te trekken is Omega-onwaardig en volgens mij komt het door de zeer bescheiden kilometerstand dat het ding überhaupt nog heel is. Vier keer aan het touwtje hangen en hij scheurt weg. Ook hier had Opel bést een elegantere oplossing kunnen bedenken in plaats van slechts te gaan voor functionaliteit. Verder dient de rijke uitrusting van de auto genoemd te worden. Alles wat je in een auto wil aantreffen zit ook daadwerkelijk in de auto. Een boordcomputer, stoelverwarming voor, een origineel elektrisch schuif-/kanteldak, airconditioning, traction- en cruise control. Alle grote-mannen-goodies zijn aanwezig. Op één optie na. De achterpassagiers moeten helaas zwengelen voor een dosis frisse lucht. De gemonteerde stukken hout onder het handvat van de handrem en op de binnenzijde van de deuren zitten daar omdat de ontwerpers bij Opel kennelijk dachten dat een luxe limousine hout nodig had. Ze hadden waarschijnlijk geen idee waar ze dit hout zouden moeten laten. Met volstrekte willekeur zijn er her en der wat houtstrips geplakt om het geheel wat op te leuken. In mijn optiek hadden ze dat beter achterwege kunnen laten want het raakt kant noch wal.

De zeer soepele 170 PK leverende V6 Ecotec-motor is ook op wat hogere snelheden stil te noemen, al accelereert de motor tijdens de testrit niet geheel vloeiend door. Wellicht wordt dit veroorzaakt doordat de auto meer stilgestaan heeft dan dat hij gebruikt is. Het doet echter geen afbreuk aan de totale rijbeleving want de auto rijdt simpelweg heerlijk. Tevreden rij ik de auto weer terug naar zijn tijdelijke stal en overhandig de sleutels aan een medewerker van het bedrijf. Wat is een Omega V6 toch eigenlijk een fijne auto.

Ben je wars van status en betaal je niet graag teveel, dan is een (zakelijk gereden) Omega V6 voor de deur een alternatief om in te calculeren. De forse vraagprijs van 7.950 euro wordt veroorzaakt door het ‘Neuwagenkarakter’ van deze specifieke Omega. Een vergelijkbare Mercedes of BMW kost echter substantieel meer geld en biedt de eigenaar nauwelijks meer comfort. Wél meer kwaliteit in gebruikte materialen en ergonomie, maar de degelijkheid en duurzaamheid van de Omega doen écht niet onder voor die van de gevestigde orde. Onderschat en ondergewaardeerd. Veelal onterecht afgedaan als burgerbak pur sang is een Opel Omega 2.5 V6 als parels voor de zwijnen.

Deze rijtest is eerder gepubliceerd in Auto & Motor Klassiek.
Tekst en fotografie: Chris de Raaf

Meer informatie bij dit artikel vindt u op: http://www.opel.nl

Specificaties Opel Omega 2.5i-V6

Motor: zescilinder lijnmotor, 4 kleppen per cilinder
Vermogen: 170 pk bij 6.000 tpm
Koppel: 227 Nm bij 3.200 tpm
Topsnelheid: 223 km/h
Acceleratie 0-100 km/h: 9,5 sec.
Verbruik: 9,0 l/100 km
Gewicht: 1.505 kg