Volkswagen Golf I Cabriolet 1.8 Quartett

Compacte stadsauto met open dak

Begin jaren negentig rolde de laatste Volkswagen Golf I van de band. Niet in Wolfsburg, maar bij Karmann. Het was een cabriolet. Inmiddels zijn goede exemplaren met een lantaarntje te zoeken.

Volkswagen Golf I Cabriolet 1.8 QuartettVolkswagen Golf I Cabriolet 1.8 QuartettVolkswagen Golf I Cabriolet 1.8 QuartettVolkswagen Golf I Cabriolet 1.8 QuartettVolkswagen Golf I Cabriolet 1.8 QuartettVolkswagen Golf I Cabriolet 1.8 QuartettVolkswagen Golf I Cabriolet 1.8 Quartett
Het is heerlijk cabrioweer als ik het kleine straatje onder de rook van het stadion Galgenwaard in rij. Ik schat de buitentemperatuur op zo’n 25 graden en het zonnetje staat hoog aan de hemel. Het is nog vroeg in het voorjaar dus de zon is nog niet zo sterk als in augustus. Ideaal weer om een Golf I Cabriolet te onthoofden en aan de tand te voelen. Ditmaal staat ons een bordeauxrode Volkswagen Golf I 1.8 Quartett Cabriolet van 1991 ter beschikking.

De Golf is op alle fronten origineel en smetteloos te noemen. ‘Anderhalf jaar heb ik er naar gezocht’, begint de eigenaar zijn verhaal. ‘Ik had ooit een Golf I GTI uit 1983, maar wilde eigenlijk een cabriolet. Ik kreeg een prima bod op de GTI en besloot er op in te gaan. Exit GTI. Met een deel van dit budget ben ik op zoek gegaan naar een cabriolet. Helaas iets te snel tot aankoop overgegaan, want mijn eerste blauwe exemplaar was een regelrechte ramp. Alles wat er stuk aan kon gaan, ging ook écht stuk. Van narigheid heb ik de auto met verlies van de hand gedaan en de centen op de bank gezet. Ik ben toen met een wat kritischer blik op zoek gegaan naar een goeie’.

Pieter van Blitterswijk, eigenaar van ons testexemplaar, maakte beginnersfout nummer één: té snel tot aanschaf overgaan en je niet door je verstand laten leiden, maar door je hart. Dan gaat het fout. ‘Waarvan akte’, bromt Van Blitterswijk. ‘Anderhalf jaar heb ik gezocht naar dit exemplaar. Ik wilde eigenlijk per sé geen rode, maar ja. Toen deze mijn pad kruiste hoefde ik niet lang na te denken. De auto verkeert in een perfecte staat’. Ik ben het met ‘m eens. De Golf van Van Blitterswijk is een origineel Nederlands geleverde auto. In 1991 verliet hij de showroom van de dealer en Van Blitterswijk is de derde eigenaar. Hij heeft de auto nu twee jaar in zijn bezit. De Golf is voorzien van de 2H-motor, 1.800 cc en 112 PK sterk. ‘Die motor kende ik, want de laatste GTI’s uit 1983 hadden ‘m ook’, verklaart Van Blitterswijk. ‘Een heerlijk gretig blok waarmee de Golf goed vooruit komt. En het doet mij de GTI een klein beetje vergeten, want ik heb na de verkoop van die auto toch wel spijt gehad, ondanks de forse opbrengst’.

De rode cabriolet toont uitermate sympathiek door zijn kleur. Eerst verguisd door Van Blitterswijk, maar nu de auto eenmaal voor zijn deur staat is hij er blij mee. ‘ik poets me wel suf, want als de zon er een tijdje op heeft gestaan dan zie je de lak gewoon flets worden en dan kan de pot met cleaner weer uit de schuur gehaald worden’. De onder de auto gemonteerde lichtmetalen velgen waarbij de invallende delen in de kleur van de carrosserie gespoten zijn maken de auto helemaal af. Het Quartett-pakket, een bodykit over de bestaande bumpers, wielkastranden en dorpels heen, is smaakgebonden maar geeft de toch wat bedaagd ogende Golf een moderner uiterlijk. Met zijn zwarte softtop en targa-beugel is de Golf gewoon een leuke verschijning. ‘Als bij-auto is ‘ie bijzonder geslaagd’, zegt Van Blitterswijk. ‘Er zit niet zo heel veel geld in, en je hebt toch de beschikking over een cabriolet en een hobbyauto in één’. Dat Van Blitterswijk een liefhebber is, blijkt niet alleen uit de staat van de Golf, maar ook uit zijn andere vervoermiddelen. De dagelijkse kilometers verslindt Van Blitterswijk per BMW 316. De auto is in 1988 door zijn moeder nieuw aangeschaft en doet nog steeds trouw dienst. ‘Hij wordt wat slechter nu, maar ik spaar ‘m dan ook niet’. Voor in de stad kan Van Blitterswijk kiezen uit een BMW K75 en een vijftig jaar oude Solex. ‘Vooral de talloze opgestoken duimen zijn erg leuk als ik met de Solex door de stad rij’. Het is wederom bewezen: we hebben hier met een liefhebber te maken die zijn hobbyobjecten voor zichzelf koopt en niet voor de buitenwereld.

Onderhoud pleegt Van Blitterswijk zelf te doen. ‘Ik vind het leuk om aan mijn auto te werken en ik ben gezegend met twee rechterhanden. Als je je eerst goed in de materie verdiept dan weet je wat je doet en dan kan het eigenlijk niet fout gaan’. De Golf is roestvrij, maar daar waakt Van Blitterswijk ook voor. ‘Beginnende roest pak ik meteen aan. Als je té lang wacht dan ben je te laat en lopen de kosten enorm op. Het is zaak om de staat van de auto goed te conserveren en ieder beginnend plekje meteen te isoleren’. Hij heeft gelijk, want deze serie Golfjes kan flink roesten. Bij het exemplaar van Van Blitterswijk, met 136.000 originele en aantoonbare kilometers op zijn analoge teller, is roest vér te zoeken. Secuur onderhoud loont dus zeker de moeite, maar eigenlijk hoef ik dat niet nader toe te lichten. Het interieur is fris en schoon. Slijtagesporen zijn vrijwel niet te vinden. Toch is Van Blitterswijk zo vriendelijk ze aan te wijzen. ‘Kijk, het alom bekende wangetje van de bestuurdersstoel is wat ingezakt. Dat moet ik eens laten opvullen. En een fietser was eens zo vriendelijk om zijn sigaret door het geopende dak naar binnen te schieten, zo op mijn achterbank. Toen ik eindelijk gestopt was om de peuk als de wiedeweerga te verwijderen was het kwaad al geschied’. De achterbank toont akte van sessie; een jammerlijk brandgat is Van Blitterswijks deel. ‘Misschien kan ik de stof nog ergens krijgen. Dan ga ik het herstellen. Ik ben toch niet van plan om de auto weer weg te doen, dus het loont de moeite. Nee, deze Golf is een blijvertje, wat mij betreft’. Terloops zie ik een moderne radio met USB-stick uit het dashboard steken. Ik besluit om er dit keer maar eens niets over te zeggen. Het is het enige detail aan de auto waarvan ik de authenticiteit met succes zou kunnen betwisten.

De Volkswagen Golf I werd gebouwd van 1974 tot 1983. De opvolger van de succesvolle Kever was een compacte hatchback met een watergekoelde motor voorin en voorwielaandrijving. De cabriolet kwam in 1978 op de markt en was de enige carrosserievariant die na het staken van de productie nog tot 1993 werd doorgebouwd. Van de Golf II werd nooit een cabrioletversie gebouwd; Karmann bouwde de Golf I door totdat deze werd afgelost door de derde generatie Golf. De carrosserie van de eerste Golf kwam van de hand van Giugiaro en carrosseriebouwer Karmann GmbH bouwde er een zeer smakelijke cabriolet van. De Golf I cabriolet heeft, door zijn klassieke, hoekige lijnen, alle potentie in zich om in de nabije toekomst een klassieker te worden. Het is en blijft immers een Golf van de eerste generatie. Onder het huidige aanbod op de Marktplaats-achtige websites bevindt zich een heleboel rotzooi. Zodra deze ‘laatste-eigenaartjes’ naar de eeuwige jachtvelden zijn zal de echte, gekoesterde Golf I Cabriolet in waarde toe gaan nemen. Sla dus nu je slag, want een deugdelijk en goed onderhouden exemplaar is momenteel prima betaalbaar. Je koopt dan een compacte stadsauto naar je toe waar het dak ook nog van af kan. Enig nadeel: de handbediende kap. Het kost altijd even tijd om die tent op te zetten. Maar de echte purist maalt daar niet om. Die smult er van.

Deze rijtest is eerder verschenen in Auto & Motor Klassiek.
Tekst en fotografie: Chris de Raaf

Meer informatie bij dit artikel vindt u op: http://www.golfcabrioletclub.nl

Specificaties Volkswagen Golf I Cabriolet 1.8 Quartett